PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 20 JUNI 2021 IN DE
ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.

12e Zondag door het jaar – B

Zowel in de Eerste Lezing, als in het Evangelie ging het over een woedende zee, die tot bedaren wordt gebracht. “Toen Ik haar poort vergrendelde“ ,  staat er beeldend in het Boek Job. Die “ IK “ is God. Zijn almacht wordt in beide verhalen bevestigd.

Zijn almacht dus ook over het kwaad. Want voor de ouden was de zee de verzamelplaats van de machten van het kwaad. Haar woeste, onstuimige kracht, die het land kon bedwingen, leek voor hen als de chaos, die zich tegen God verzet. Verwoesting, chaos en dood kan ze nog steeds bewerken.

De angst van de Apostelen is voor ons voelbaar – de slapende Jezus – onbegrijpelijk op het eerste gezicht. Angstig geschreeuw tegenover volkomen rust. Wat is het een duidelijk beeld. We kunnen overrompeld worden door gebeurtenissen, heen en weer geslingerd worden door ontwikkelingen, die haaks staan op onze opvoeding. We kunnen het gevoel hebben meegesleurd te worden op de golven van de tijd, door de druk van het werken, door steeds meer te moeten presteren, of het gevoel te krijgen, dat te moeten. Soms kan ieder houvast ineens weggeslagen lijken en voelen we ons hopeloos verlaten en eenzaam. Ineens kan de dood daar zijn, of het lijden. Waarom, waarom ik?

De vraag is zo oud als de mensheid en het hele Boek Job gaat over de worsteling van de rechtvaardige met het probleem van het lijden. In de storm van zijn lijden gaat Job zover, dat hij God de schuld geeft van zijn ongeluk. Hoe herkenbaar voor ons. Maar de eigenlijke vraag van Job, zijn eigenlijke probleem is nog niet eens zozeer , hoe het onverdiende lijden met een rechtvaardige God te rijmen is. Maar meer nog: de grote moeilijkheid van de mens, om het lijden een plaats te geven in zijn bestaan.

Het is een onmiskenbaar gegeven in de hele mensengeschiedenis, zowel het lijden zelf, in al zijn vormen, als ook het probleem, dat we ermee hebben.

Maar het is ook zo en ook dat is een duidelijke menselijke ervaring, dat lijden en beproevingen het leven intenser kunnen maken, dat wezelijker lijnen zichtbaarder worden, helder worden. Dat er juist dán zoveel menselijke kwaliteiten kunnen vrijkomen en een kans krijgen.

Het is een gegeven in ons aardse bestaan, dat juist door lijden en beproevingen, door afzien, door ontberingen, we sterker kunnen worden, dan we waren, of dachten te zijn.  “Per aspera ad astra”, zeiden de ouden,  “Door moeilijkheden naar de sterren”.  Hoe zwaarder de beproeving, hoe schoner de overwinning.

Ergens las ik een keer, dat de mislukking (lees ook: nederlaag, verlies) vruchtbaarder is, dan het succes. . Het is zeker een zeer Christelijke gedachte.

Immers, de Stichter van onze godsdienst was een mislukkeling bij uitstek (zoiets vind je in geen enkele andere godsdienst). Door iedereen in de steek gelaten, bloedend, lijdend, zwetend door de straten van Jeruzalem en aan het kruis (de dood van de slaven)  gestorven. Ja, Christus heeft de school van het lijden, zoals de Hebreeënbrief zegt, helemaal doorlopen.

Als we het zó eens konden opvatten: school van het lijden, dat betekent leren, verder komen, groeien, er grip op krijgen, er boven staan. Vorige Zondag spraken we over de Heilige Lidwina van Schiedam, die na haar grote verdriet, teleurstelling en waarschijnlijk boosheid, tot vrede kwam met haar lijden, toen ze er door een Pastoor op werd gewezen, dat ze haar lijden misschien in verband met Christus kon brengen en dat dat haar kon helpen. Toen werd ze uiteindelijk een vraagbaak voor velen, die bij haar kwamen.

Dát is Christus, de slapende, te midden van de woedende golven. Zich volkomen veilig weten in de hand van de Vader, die niet zal toelaten, dat natuurkrachten Zijn leven en zending zouden overweldigen.

Waarom zijt ge bang?

Wij staan dichtbij de Apostelen in onze angsten en twijfels.

De Apostelen zullen de Hof van olijven en Goede Vrijdag nog krijgen en juist dán zal Christus de machten van het kwaad breken en stillen.

Hoe is het mogelijk, dat ge nog geen geloof bezit?

Zij zijn bij Hem. Wij weten, dat Hij verrezen is. Wij vinden Hem, niet zelden via Zijn Moeder, in onze nood.

Laten wij die woorden van de honderdman uit het Evangelie tot ons dagelijks Gebed maken.

HEER, ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp.

 

Amen