PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 18 JULI 2021 IN DE      ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.

16e Zondag door het jaar – B

Kom nu eens zelf mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en rust daar wat uit.
De Apostelen zijn erop uitgetrokken in Jezus’ naam, als een soort stage. Die nam hun zó in beslag, dat ze geen moment meer voor zichzelf hadden. Jezus ziet het en weet, dat ze rust en stilte nodig hebben, om op adem te komen.

Hoe herkenbaar voor ons en zeker in deze tijd, waarin mensen zichzelf voorbij lijken te lopen in hun werk, geen tijd meer hebben om tot zichzelf te komen, of tijd en aandacht aan de mensen direct om hen heen te geven, met name hun gezin.

Zelfs de rustdag, de Zondag, die nét anders was dan de andere dagen, is opgegeven, omdat er geld moet worden verdiend. Die kleine oase is velen niet meer gegund en opgedroogd tot werkdag, zoals de andere dagen. Gelukkig is er nu dan de vakantie en kan men vacare =  zich vrijmaken.

Voor Jezus en de Apostelen is de rust van korte duur, want velen zoeken hen op. .

Ook zo’n herkenbaar gegeven. Hoe mensen massaal de binnenstad intrekken op zaterdagen met name, naar evenementen gaan, stadions vol en niet alleen voor voetbal, pleinen vol – voor vertier.

Op de televisie zien we ook andere menigten, vluchtelingen, die van huis en haard verdreven zijn in zoveel oorlogsgebieden, omdat enkelen vechten om de macht, of die niet willen opgeven. Mensen, die als gezinnen in hun dorpen en steden een gemeenschap vormden, een beroep uitoefenden, hun tradities koesterden. Nu zijn ze verworden tot een troosteloze massa, tot mensen, die moeten vechten voor hun leven en zelfs dan nog uitgebuit worden.

In de Eerste Lezing spreekt de Profeet Jeremia over herders en schapen. Herders, die geen leiding geven, geen zorg hebben voor hun mensen, maar die op geld en macht belust zijn, niets ontziend hun wil opleggen. Maar God is de Herder van Israël. Hij wil zijn mensen redden. Zo in het Evangelie. Van de nodige rust kan niet lang sprake zijn, want de mensen weten Jezus en de Apostelen te vinden. Hoe reageert Jezus? Keert Hij zich van hen af, nu even niet? Nee, zegt Marcus, toen Hij de menigte zag, voelde Hij medelijden, want ze waren als schapen zonder herder. En daarom begon Hij uitvoerig te onderrichten. Driemaal vermeldt Marcus in zijn Evangelie, dat Jezus medelijden had, niet in oppervlakkige, sentimentele zin, maar diepgeraakt. Zijn hart draaide om, zou je kunnen zeggen. Zijn medelijden bleef niet bij een uitroep als: “O, wat erg”, maar uitte zich in daden. Hij begon de menigte uitvoerig te onderwijzen, hen de weg te wijzen in het leven met God en met elkaar. Hij wilde hen een richting, een doel in hun leven wijzen. Pas daarna zal Hij hen te eten geven in de wonderbare broodvermenigvuldiging, waarover u volgende week zult horen. Dát is de goede volgorde: het leven moet zin hebben, anders loop je verloren, al staat er nog zoveel brood op tafel, al heb je het materieel nog zo goed..

Is dát niet, wat onszelf, onze eigen samenleving raakt? We hebben het zo goed en waarschijnlijk hebben nooit eerder zovelen het zó goed gehad. We zijn een rijk land met zoveel voorzieningen, zo geordend en tegelijkertijd is er wanorde, met name in onderlinge relaties, alcohol – en drugsmisbruik, zoveel verbroken relaties. Het “ik” staat voorop.

Volgens een rapport van de Verenigde Naties horen de Nederlanders tot één van de gelukkigste volken op deze aarde, zo werd enige jaren geleden gemeld. Maar zovelen lopen bij psychologen en psychiaters, zoveel verwarde figuren lopen er rond. Velen willen niet meer verder leven, vinden het welletjes geweest en willen dood – in ons rijke welvarende land. Er klopt iets niet.
De mensen zijn de weg kwijt. Wat in de tijd van de Verlichting, in de 18e eeuw, een kleine elite betrof, die de mens centraal stelde en hem tot de maat van alle dingen maakte, heeft nu een brede massa bereikt. De mens is autonoom, zegt men. Maar dat is de mens nooit natuurlijk. Hij heeft zichzelf niet gemaakt en hij kan nóg zo individualistisch zijn, maar kan nooit zonder anderen.

En bovenal – en daar ligt, dunkt me, de kern van het probleem: Hij is de zin van het leven kwijt, omdat hij God kwijt is!

Maar, als de mens de weg naar de KERK weer zou vinden en zou neerknielen voor GOD, die onze Vader en Herder is en nederig zou zeggen: “Heer, ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp”,  dan zou alle overspannenheid van hem afvallen, als een dwaze last en zou hij tot rust en innerlijke vrede kunnen komen met God, met zichzelf en zijn medemensen. Gelukkig is God een geduldige God, zoals we hoorden in het Evangelie.

HIJ is onze Herder en nooit zal er mij iets ontbreken!

Amen