PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 1 AUGUSTUS 2021 IN DE   ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.

18e Zondag door het jaar – B

Brood uit de Hemel. Daarover spreken de Lezingen van deze Zondag.

Maar wat voor brood?

De Israëlieten morren tegen Mozes in de woestijn. Waren we maar in Egypte gebleven. Daar hadden we tenminste te eten. De bevrijding uit de slavernij in Egypte zijn ze alweer vergeten. Het harde van het verleden is weggezakt in hun geheugen.

Gebeurt het niet dikwijls, dat het nare en harde van het verleden worden vergeten en zelfs, dat het verleden wordt geïdealiseerd?

Je zou hier kunnen spreken van ondankbaarheid ten aanzien van de bevrijding.

God is geduldig, toont begrip en geeft hun te eten. Manna, brood uit de Hemel. Mozes legt uit: “Dit is het brood, dat de Heer u te eten geeft”.

Klagen en morren. Daar kunnen wij over meepraten in deze tijd van pandemie, tegen de overheid, in bizarre complottheorieën, in de verordeningen, die gewenst zijn.

God is er ook mee vertrouwd. In de Bijbel kennen we een aantal klaagpsalmen. Bij God mag ik mijn nood verwoorden.

Ook in het Evangelie is er onbegrip en gemor. De mensen hebben de wonderbare broodvermenigvuldiging, waarover we vorige Zondag hoorden, niet begrepen. Mensen willen iets spectaculairs, brood en spelen, zeiden de Romeinen.

Als dat zo kan blijven, hoeven ze zelf niet meer te werken. Zo’n koning willen ze wel.

Maar Jezus gaat het er om, dat ze in Hem geloven, als gezonden door de Vader om Hem te openbaren. Hij zal hun geen manna geven, dat maar één dag meegaat, maar voedsel, dat tot eeuwig leven leidt.

Het is eigenlijk niet te geloven: ze hebben een ongelooflijk teken meegemaakt. 5000 mannen zijn met vijf broden gevoed en er bleven nog korven vol over.

Ze willen een nóg groter teken zien om in Hem te geloven.

Jezus maakt het hun misschien nog moeilijker, als Hij zegt: ”IK ben het brood, dat leven geeft. Wie bij Mij komt, zal geen honger meer hebben en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst krijgen”. Of, zoals Jezus verder op zegt: “Uw vaderen, die van het manna in de woestijn hebben gegeten, zijn niettemin gestorven, maar wie van dit brood eet (en dan wijst Hij op zichzelf), zal in eeuwigheid niet sterven, maar leven”.

Ontevredenheid, teleurstelling, heel begrijpelijk in de woestijn en ook voor de 5000, die anders zonder voedsel waren.

Ook herkenbaar voor ons, want ook wij zijn vaak niet tevreden over ons leven, ook al lijkt er zoveel te zijn, dat ons juist wél tot tevredenheid zou moeten stemmen. Wij leven in tamelijke weelde en hebben zoveel en toch is het vaak meer schijn dan werkelijkheid. We sukkelen met onze gezondheid, verdienen maar net genoeg, of zelfs te weinig, om van te leven, er zijn spanningen in het gezin, in de familie, op het werk en nog zoveel andere dingen, die ons beklemmen. Zoals de coronapandemie, die ons al meer dan een jaar gevangen houdt en nu het beter gaat, blijven er toch zorgen. Ons hele sociale leven is er door getroffen en hoe lang blijft het beter gaan?

Daarnaast is er nog die vreselijke vloedgolf, die in het zuiden van ons land en nog dramatischer in onze buurlanden heeft huisgehouden. Het liefelijke, leven gevende water in zijn verwoestende vorm, niets ontziend, met alle gevolgen daarvan.

Broeders en zusters, het is niet altijd gemakkelijk, om gelukkig en tevreden te zijn en immer te geloven in de algoede God, die ons nooit in de steek laat.

Het manna uit de Hemel kan de honger vaak niet stillen.

En toch kan alleen ons vertrouwen, dat God ons nabij is, ons sterken, want alleen brengt de mens er weinig van terecht.

Velen zoeken het nu in allerlei vormen en soorten van spiritualiteit, mindfulness enz. Ze willen dieper in hun eigen “ik” doordringen, maar daar schiet men weinig mee op. Het gaat er niet om spiritueel bezig te zijn, maar God te zoeken en ons door Hem gedragen te weten. Daarin kunnen wij ons “ik” vinden. HIJ moet centraal staan in mijn leven en ik in verbondenheid met Hem.

Niet voor niets heeft Jezus ons leren bidden: Onze Vader, geef ons heden ons dagelijks brood. Daarmee bedoelt Hij méér dan ons dagelijks voedsel.

In het Evangelie horen we immers, dat Hijzelf het brood is, dat leven geeft. Met dat Gebed begint de Communie-ritus in de Heilige Mis.

Dan mogen wij de Heer gaan ontvangen in het teken van het Brood en mag onze bede zijn, dat Hij ons leven in overvloed geeft, vól liefde, vrede en tevredenheid!

Amen