PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 9 OKTOBER 2022 IN DE     ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.

Achtentwintigste Zondag door het jaar – C

 

Afgelopen week vierden wij op 4 oktober de gedachtenis van St. Franciscus van Assisi, niet toevallig ook Werelddierendag. De Verenigde Naties hebben indertijd daarom deze datum uitgekozen.  Immers,  Franciscus heeft de schepping bezongen, voor de vogels en andere dieren gepreekt, die – naar we lezen – beter naar hem luisterden, dan de mensen. Dat is niet veel anders geworden, gezien de grote problemen rond klimaat en de natuur.

De dag daarna op indrukwekkende wijze, helder en betrokken, is door iemand alles benoemd, met wie nog maar een paar maanden geleden, niemand wilde praten of samenwerken.

Het kan verkeren, ook ten goede.

Wij, Christenen van de 21e eeuw mogen beseffen mét de H. Franciscus en onze naar hem genoemde Paus, dat de wereld niet zomaar de wereld is, maar ons door de Schepper gegeven.

In zijn beroemde Zonnelied bezingt de H. Franciscus de Schepper: “Wees geprezen, mijn Heer”, zo is het refrein. “Wees geprezen Heer om onze zuster aarde, die ons voedt en leidt en verscheidene vruchten voortbrengt met kleurrijke bloemen en kruiden”. Voor St. Franciscus is ons gemeenschappelijk huis als het ware een zuster, met wie wij het bestaan delen en als een mooie moeder, die ons in haar armen neemt.

Deze zuster aarde, zo stelt Paus Franciscus in zijn befaamde, alom geprezen encycliek “Laudato Si”, protesteert, om de schade, die wij haar berokkenen vanwege het onverantwoorde gebruik en het misbruik van de goederen, die God in haar heeft gelegd. Wij hebben het idee gekregen, dat wij haar eigenaar en heer zijn, gerechtigd, om haar te plunderen.

De zonde wordt zichtbaar in het geweld, waarmee wij mensen, de bodem, het water, de lucht en de levende wezens, ziek hebben gemaakt. Door de onbezonnen uitbuiting van de natuur loopt de mens gevaar haar te verwoesten en zelf slachtoffer te worden van deze verwoesting, stelde Paus Paulus VI in 1970 in een toespraak tot de FAO. Zo hebben opeenvolgende Pausen al gewaarschuwd.  Een verandering van levensstijl, van productie en consumptie is noodzakelijk, omdat de mens zelf een gave is, die tegen verschillende vormen van verval moet worden beschermd.                                Ligt er niet een diepe oorzaak van de huidige problemen in de ontkenning van het transcendente van God? Die lijn naar boven lijkt doorgesneden, goeddeels, in onze westerse wereld en zeker in onze samenleving.

Erkenning van God als Schepper, die ons de aarde heeft gegeven, ons mensen naar Zijn beeld en gelijkenis heeft geschapen, om daar iets goeds mee te doen en van te maken, in verbondenheid met Hem, in dankbaarheid om de orde, die erin te ontwaren is, de schoonheid niet te vergeten, die ons altijd weer doet verwonderen, steeds weer, over de weelde ervan en zoveel van de natuur en zoveel, dat ons ten goede kan komen en waarin we steeds blijven ontdekken.

De H. Franciscus houdt ons voor de natuur te erkennen als een schitterend boek, waarin God tot ons spreekt en aan ons iets doorgeeft van Zijn schoonheid en goedheid.

Ook de dingen kunnen ons bij God brengen. De H. Franciscus wilde, dat er altijd in de kloostertuin een gedeelte onbebouwd werd gelaten, opdat er wilde kruiden konden groeien, zodat allen, die dat zouden bewonderen, hun gedachten tot God konden verheffen, de Schepper van zoveel schoonheid.

Wij moeten zorgen, dat onze welvaartsstaat in stand blijft, las ik in een krant dezer dagen. Alsof dát ons hoogste goed is, terwijl driekwart van de wereldbevolking in ellende leeft.  Naast alle crises van klimaat, stikstof, vluchtelingen is er, stelt onze bisschop, een morele crisis van ongelijke welvaart – zie onze supermarkten met zoveel soorten ham, kattenvoer en van alles – een groeiende kloof tussen arm en rijk. Er is inkeer, bekering nodig. Zoals de melaatsen in het Evangelie genezen werden naar het lichaam, zo moeten wij innerlijk tot genezing komen. De weg naar God terugvinden en ons leven met Hem, vandaaruit in bekommernis met onze naasten zijn.

Voor wie kunnen wij naasten zijn? In onze eigen omgeving te beginnen, ons meer bezinnen op het “zijn” dan op het “hebben”.

Eerbied voor God, eerbied voor het menselijk leven, dat altijd zijn intrinsieke waarde heeft, in welke toestand ook, eerbied voor de natuur, die drie zijn niet los van elkaar te denken.

Dat er zó harmonie tot stand mag komen in ons gemeenschappelijk huis door God aan ons gegeven.

Amen