PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 7 NOVEMBER 2021 IN DE ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.

Hoogfeest van de H. Willibrord – B

De kleur is vandaag niet groen, maar wit, goud – Hoogfeest van St. Willibrord, patroon van de Nederlandse Kerkprovincie. Je zou kunnen zeggen: Aartsvader van het Christelijk geloof in ons land.

Toch is de naam Willibrord niet écht populair geworden, ook niet in de tijd van het Rijke Roomse leven.

St. Maarten, die wij over een paar dagen gedenken, is zoveel populairder als naamgever van tallozen in ons land en ver daarbuiten.

Het Christelijk geloof is in het Zuiden van ons land vanuit het Romeinse Rijk gevestigd met H. Servatius, uit Klein-Azië afkomstig, H. Lambertus en tal van andere Heiligen – Ludger kwam uit ons land en werd de 1e Bisschop van Münster.

Maar het Noorden en Westen van ons land is gekerstend door monniken uit Engeland: Willibrord, die met 11 andere monniken de zee overstak, zoals Bonifatius en vele anderen.

Zij brachten het Licht van Christus, om mensen te bevrijden uit de duisternis van het ongeloof en angsten voor natuurmachten en stamgoden, aan wie geofferd moest worden.

Willibrord, geboren in Engeland rond 657, grootgebracht en onderricht in een klooster, de enige plekken van godsdienst en cultuur toen, werd zelf monnik als zovelen, om het licht van het geloof te brengen in een liefdevolle en barmhartige God, die zich over ieder persoonlijk ontfermt.

Door de Paus Sergius tot Bisschop gewijd in Rome, in de prachtige St. Caeciliabasiliek in Trastevere, werd hij door deze benoemd tot Aartsbisschop van de Friezen, een heel ruim begrip toen. Pepijn de Korte schonk hem een vaste zetel in Utrecht, zoals dat toen ging.

Willibrord bleef een pelgrimerende Bisschop in het uitgestrekte gebied van zijn werkzaamheid. Hij stichtte kloosters en Kerken o.a. in Susteren, Utrecht en tenslotte in Echternach in Luxemburg, waar hij de laatste jaren van zijn leven doorbracht en stierf in 739, 80 jaar oud. Daar is hij ook begraven en daar pelgrimeren nog steeds mensen naar toe, met name in de befaamde Springprocessie.

Zovelen na hem hebben het geloof verder gebracht en ondanks de grote breuk in de 16e eeuw, toen in ons land en elders de Reformatie doorbrak, is Nederland een christelijk land gebleven en heeft mijn generatie ons land nog gekend als een christelijk land met vele volle Kerken, zowel Protestants als Katholiek en ook ten onzent met volle kloosters met Paters en Broeders voor het onderwijs, of in de vrouwelijke kloosters voor de zorg in ziekenhuizen, weeshuizen, ouderenzorg en in alle Abdijen.

Nu waait sinds enige decennia een steeds guurdere wind van ongeloof. Want het gaat niet om een Kerkelijke crisis, maar om een echte geloofscrisis: God is weg. Voor steeds meer mensen, oud en jong, onbekend geworden. Wat is er met de mens gebeurd?
De huidige verwildering en agressie onder jongeren komt niet zozeer door de pandemie, maar vooral, doordat men geen zicht in het leven ziet, geen zin en geen doel meer.

De enorme welvaart is slechts één factor. De mens is zichzelf kwijt, waant zich autonoom.
Maar hij heeft zichzelf niet gemaakt.

Alle technische en wetenschappelijke vooruitgang lijkt zich tegen de mens te keren.
Hij lijkt op de tovenaarsleerling uit de Faust van Goethe, die wel wist, hoe hij de bezem water moest laten halen, maar niet wist, hoe hij hem moest laten stoppen.

De veelheid aan mogelijkheden en informatie lijken de mens boven het hoofd te groeien. Wat te kiezen uit de veelheid op alle fronten? Daar ligt iets anders onder, wat men noemt de Acedia, een lusteloosheid, matheid. Bij bijzondere gelegenheden, uitvaart, huwelijk b.v. Je kleedt je, zoals je wilt, je hoeft je niets aan te trekken van het gebeurde. Het hoeft allemaal niet meer zo en dat gaat door alles heen in onze omgang met elkaar, tot in de kerkbanken toe, waar men op veel plaatsen maar de hele Mis, of goeddeels blijft zitten.  Misschien is dat laatste eigenlijk wel een goed voorbeeld, hoe velen uitgeblust zijn, in plaats van actief deelnemen, waar ook het lichaam bij hoort, de hele mens in dank, eerbied en vertrouwen op God.

De Synode, die de Paus heeft uitgeroepen, wil juist bewerken, dat we weer echt gaan bidden, ook thuis. Dat we weer oppakken, wat we hebben laten liggen – bidden, aan tafel, voor het slapen gaan – praten over het geloof, erover lezen, want hoe dan ook: God is er en de laatste in ons leven.

Dat we elkaar zó weer mogen aansteken, a.h.w. dat er nieuw leven mag komen in ons geloof, dat we weer kunnen neerknielen en zeggen: Mijn HEER en mijn GOD. Ik ben een arme zondaar maar bij U wil ik horen, bij U vind ik mijn Heil.

Zo eren wij al degenen, die het geloof brachten, om de werkelijke zin én het doel van ons leven te begrijpen, zoals Willibrord zei:

In Dei Nomine Feliciter – Gelukkig in de naam van God!

 

Amen