PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 7 AUGUSTUS 2022 IN DE
ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.

Negentiende Zondag door het jaar – C

Gelukkig de dienaar, die de Heer bij Zijn komst wakende vindt.

Dat geldt zeker voor de H. Johannes Maria Vianney, die wij beter kennen als de H. Pastoor van Ars, wiens gedachtenis wij afgelopen week, op 4 augustus, vierden – patroon van de Parochiepriesters.

Wie was hij? Hij werd geboren in 1786 in een dorp bij Lyon, Frankrijk. Een boerenjongen, de derde in een gezin van zes. Dat was in de tijd van de Franse Revolutie, die zich steeds meer tegen de Kerk was gaan keren. De godsdienst mocht niet meer openlijk beleden worden. De kerken waren gesloten en vele  duizenden priesters en religieuzen waren gevangen genomen en gedood. Het leek het einde van de Kerk in Frankrijk.

Johannes Maria wilde echter, 17 jaar oud, Priester worden. Zijn vader was er tegen, want die had hem nodig op de boerderij. Bovendien was er geen geld voor de opleiding.  Twee jaar later opent pastoor Balley van een naburig dorp een soort seminarie in zijn huis en Johannes Maria mag daar naar toe op voorspraak van zijn moeder. Zo krijgt hij zijn eerste vorming in studie en vooral ook een geestelijke vorming. Hij is de zwakste leerling, maar wel zeer vroom en toegewijd.

Later zal blijken, dat het woord van Paulus op hem van toepassing is: God heeft het zwakke der wereld uitgekozen om het sterke te beschamen( 1 Kor. 1: 27).

Maar zover was het nog niet. Het Bisdom, intussen is Napoleon aan de macht en is er een concordaat met de Paus, ziet niets in hem. Tenslotte wordt hij toch gewijd, apart van de anderen en mag hij nog geen Biecht horen, omdat hij te bekrompen zou oordelen. Hij mag slechts bij de pastoor, die hem opgeleid had, assisteren en als die overlijdt, wordt hij naar Ars gestuurd, een dorp van een zestigtal gezinnen, geestelijk en moreel totaal ontworteld. Hij vast en doet boete voor zijn parochianen, staat midden in de nacht op, om voor hen te bidden. Men lacht om deze broodmagere stumper en men spot met hem.
Langzaam komt er een ommekeer en raakt men onder de indruk van de kracht, die van hem uitstraalt, deze vergeestelijkte man, die geheimen peilt en mensen doorziet.
Het kerkje raakt steeds voller, terwijl zijn preken streng zijn, tegen het op Zondag werken, drankmisbruik, dansen.
Het godsdienstig leven in Ars groeit, ja sterker, uit heel het geestelijk en moreel ontredderde Frankrijk van na de Revolutie, stromen mensen naar Ars, om bij hem te biechten. Hij zit wel 15 tot 18 uur op een dag in het hokje van de Biechtstoel. Het busstation in Lyon heeft een apart loket ingericht.

Intussen laat de duivel hem niet ongemoeid. Een ongeziene kracht gooit de boel in zijn huis omver en dat jaagt hem schrik aan.    Tot driemaal slaat hij op de vlucht, omdat hij niet meer tegen al het kwaad kan, dat hij te horen krijgt in de Biecht en door laster in anonieme brieven. Driemaal keert hij op zijn schreden terug, opgeroepen door zijn parochianen.

Een ander leed overvalt deze vurige priester: spot en minachting van zijn medepriesters in de wijde omgeving, tot een kapelaan toe, die hem op een gegeven moment was toebedeeld en die hem telkens openlijk afvalt.

Deze zwakke priester, zoals zij vonden, stichtte in 1823 niettemin een meisjesschool en een paar jaar later een weeshuis, waar hij iedere dag catechismus gaf.

Hij zat veel in de biechtstoel, maar ook kon hij lang voor het uitgestelde Allerheiligste in de monstrans, de Eucharistische Heer, zitten.
Wat doet u al die tijd, vroeg iemand hem.
“Hij kijkt naar mij en ik kijk naar Hem”, was het antwoord.

Veel is er opmerkelijk in dit heiligenleven. Allereerst, zoals gezegd, dat in zwakheid door Gods kracht, het sterke werd beschaamd.

Ook, dat deze priester misschien weinig theologie kende, maar wel een groot geloof had en dat hij in grote soberheid leefde, biddend en vastend.

En ook, dat in het geestelijk ontredderde Frankrijk, zovelen God zochten en bij deze priester de weg naar de Kerk terugvonden.
Wie in Frankrijk een kerk binnengaat, ziet zijn beeltenis, mager met ingevallen wangen.

Wij leven in een vergelijkbare tijd van geestelijke en morele ontreddering.

Dat, op voorspraak van de H. Pastoor van Ars, velen de weg naar Christus en Zijn Kerk mogen terugvinden en dat ook wij zelf niet de wereld, maar God voorop stellen!

Amen