PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 5 SEPTEMBER 2021 IN DE ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.

23e Zondag door het jaar – B

Denkend over de Tweede Lezing van deze Zondag las ik een mooi bericht over Salesianen van Don Bosco, die in Congo een project leiden om kindsoldaten op een beter pad te brengen. Jonge ex – strijders, maar ook meisjes en vrouwen, die slachtoffer waren van geweld, worden opgeleid tot  loodgieter, metselaar, kappers en schoonheidsspecialisten. Zo hopen ze jonge mensen een kans te geven tot een goed en menswaardig bestaan, zonder geweld. Daarnaast hebben ze tal van andere beroeps- en landbouwprogramma’s voor jongeren.

Een mooi voorbeeld, hoe de liefde van Christus voor mensen en vooral, die het nodig hebben, de armen, concrete vorm kan krijgen. Handen en voeten geven aan het geloof. Dat is de opdracht van de Kerk altijd geweest: onderricht geven in de breedste zin en zorg verlenen, om zo mensen nabij te zijn.

Op deze wijze konden en kunnen mensen nog steeds iets proeven van de liefde, die Christus is en kunnen hun ogen opengaan voor Zijn werkelijkheid en nabijheid. Dat geldt niet alleen voor het zien, maar ook voor het horen en spreken.

In het Evangelie gaat het niet zozeer om één persoon, die doofstom is, maar is deze een beeld van de mensheid, die zich afsluit voor de stem van God en die niet meer in staat is Hem te loven. Bovendien gaat het hier om een heiden, die genezen wordt, terwijl Gods uitverkoren volk weigert te zien en te luisteren.

Heel herkenbaar voor ons nu, waar zovelen, oud en jong, onverschillig zijn aangaande het bestaan van God en die zich hebben opgesloten in zichzelf en in deze wereld, een bepaalde matheid hebben ten aanzien van de Geest.

We kunnen er verbaasd over zijn en ontsteld. Waar gaat het naar toe?

Anderzijds lezen we telkens weer in het Oude Testament, dat Gods’ volk zich van Hem afkeert, vreemde goden gaat vereren, maar ook weer tot Hem terugkeert.

Het Boek Jona is als een samenvattend voorbeeld van weglopen en leven, alsook van terugkeer door de oproep van de Profeet.

Maar naast de Bijbelse waarheid is er ook die van de Schepping, die ons vertelt over Gods bestaan. Hoe het ook gegaan mag zijn in den Beginne, we zien een buitengewone ordening, in de natuur, in de seizoenen, in de dierenwereld en een oneindige verscheidenheid in alles wat leeft, een uitzonderlijke schoonheid, niet door mensenhanden gemaakt. We worden stil, als we er bewust naar kijken: een minuscuul bruin zaadje en wat voor moois er uit komt aan kleuren, zoals we stil worden bij de geboorte van een kind, tenslotte uit één celletje zoiets moois.

In Psalm 8 wordt de schepping bezongen en bejubeld: “Niet veel minder dan een Engel hebt Gij de mens geschapen en met schoonheid en pracht hen gekroond”. Zoveel grote dingen, die wij mogen beleven en meemaken. Zoveel, wat ons tot dankbaarheid mag stemmen. Ook in het negatieve. Denkt u maar aan de uitspraak “Zonder falen geen succes” of “Verlies is vruchtbaarder dan het succes”.

In alles wil God ons zo nabij zijn . Een collega merkte op, dat het Christelijk geloof eigenlijk niet zozeer een religie is, maar een relatie. God zoekt de mens en wil steeds een verbond met de mensen sluiten en telkens opnieuw, alle afwijzing ten spijt. Tenslotte is Hij zelf naar ons toegekomen, Zijn armen uitstrekkend naar ons in een kribbe en aan het kruis.

Kunnen wij in dankbaarheid neerknielen en zeggen: “Dank U, God, voor al het goede, dat Gij door mensen bewerkt, want God werkt door mensen heen. Wat wij goed doen, is Gods’ werk door ons.

Dat onze ogen steeds beter gaan zien, dat we steeds duidelijker mogen horen, waar het feitelijk om gaat in ons leven.

Ja, dan zal de tong van de stomme jubelen Dán zullen wij opveren, want alles heeft HIJ welgedaan!

Amen