PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 31 OKTOBER 2021 IN DE   ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.

31e Zondag door het jaar – B

Morgen en overmorgen, 1 en 2 november, zijn bijzondere dagen in het Kerkelijk jaar. Allerheiligen en Allerzielen. Waarom 1 november? Omdat in de regel van Benedictus op 1 november de wintertijd ingaat. Nu de natuur zich in een laatste schittering van kleuren toont en het allengs donkerder, kouder en kaler wordt, we de winter tegemoet gaan, juist nu wil de Kerk ons bemoedigen in het stralende feest, dat wij vanavond inzetten en morgen vieren: Allerheiligen, het Feest van de Hemelse Kerk. Alle Heiligen, bij naam bekend of onbekend, die hun levensdoel hebben bereikt en die gelukkig mogen zijn rond het Altaar van het Lam, zo schitterend verbeeld in het grote Altaarstuk, het Lam Gods van Jan van Eijck, in de Kathedraal van het Belgische Gent.

Zij zijn trouw gebleven aan Christus. In dit Feest van morgen houdt de Kerk ons voor, dat wij, die in ons leven door duisternis en koude, van teleurstellingen, falen en tegenslagen moeten gaan, zoals ook zij, eens in die vreugde mogen delen.

Want wij zijn niet zozeer bewoners van deze aarde, als wel pelgrims naar het Hemelse Vaderland.    Ook al hebben zovelen zich op het ogenblik a. h. w. opgesloten in hun aardse bestaan met alle beperkingen, die het leven hier kent.

Wij horen morgen, in de Eerste Lezing uit de Openbaring van Johannes, een bemoediging voor Christenen toen en nu in een vaak vijandige wereld. Hij houdt ons voor: God is met jullie. Hij tekent je met Zijn Zegel.

Johannes roept een visioen op van heelheid en voltooiing. Dat is, wat wij onder heiligheid mogen verstaan.

In het Evangelie horen we de Zaligsprekingen, de weg daarheen. Dat is niet een weg van wetten en voorschriften, want heiligheid moet van binnenuit komen en groeien. Geweld heeft nooit iets opgelost, wel de vrede van het hart.

Vanuit een geest van liefde en Christus’ verbondenheid alles verdragen, geduldig ondergaan, onrecht en nood bestrijden met daden van goedheid. Miskenning, vervolging verdragen, zoals vele Christenen elders in de wereld doen, in China, in Afrika, op vele plaatsen in de wereld. Volhardend, trouw. Dat zijn de heiligen op deze aarde. Maar ook dichtbij, in ons eigen land, waar zovelen van onze eigen overheid te verduren hebben.

Wij mogen in dankbaarheid op Allerheiligen bidden voor al die voorbeelden van liefdevolle trouw aan Christus, die zoveel goedheid hebben bewerkt en wij mogen hen blijven aanroepen als voorsprekers in onze noden.

Op Allerzielen staat de Kerk van het vagevuur centraal, de lijdende Kerk van loutering op weg naar de Hemelse Stad, om in een smetteloos kleed de Alheiligen tegemoet te gaan.

Wij bidden voor onze overledenen, in het bijzonder voor de gestorvenen van het afgelopen jaar, die worden genoemd. Onze dierbare gestorvenen en vooral die overledenen, die niemand hebben, om voor hen te bidden. Wij bevelen hen bij God aan, omdat zij onze broeders en zusters zijn.

Zó vieren we op deze twee dagen het mysterie van de Kerk in zijn volheid.

De zichtbare Kerk wereldwijd op deze aarde, de Kerk van het vagevuur, die haar opgang naar God maakt en de Hemelse Kerk van de heerlijkheid en volheid rond het Altaar van het Lam, CHRISTUS, onze Redder.

De Eucharistie, die wij vieren is de voorproef daarvan.
Ook hier zijn wij verzameld rond het Altaar van het Lam, waar het Hemelse met het aardse wordt verbonden, het Goddelijke met het menselijke, in de tekenen van Brood  en Wijn, gaven van de Schepping, die hemelse gaven worden, Christus zelf.
Ook in ieder Eucharistisch Gebed bidden wij voor alle gestorvenen en roepen wij de Hemelse Kerk aan met Maria en alle Heiligen.

Zo klinkt de liefde voor God en allen van toen en nu door in onze gebeden.
Dat zij ons tot daden van liefde mogen brengen.

Amen