PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 31 JANUARI 2021 IN DE    ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.
Vierde Zondag door het jaar – B

Brengen wonderen tot geloof?

Men is geneigd, om  “ja” te antwoorden. Zoiets spectaculairs, zoiets onverklaarbaars, dat b.v. een slopende ziekte van iemand opeens weg is; dat een lamme kan lopen, dat zelfs een onreine geest uit iemand weggaat en deze weer normaal is en doet.

Ik moet denken aan het Evangelie van de rijke man en de arme Lazarus. Als die rijke man in de hel zit, is hij toch nog zo goed, om aan zijn familie te denken en wil hij hen laten waarschuwen. Och toe, Vader Abraham, als er iemand uit de doden opstaat, dan zullen ze wel geloven. Maar dan antwoordt Abraham: “Ze hebben de Wet en de Profeten”. Kortom, de Openbaring. Als ze die niet geloven, zullen ze ook niet gaan geloven, als iemand uit de doden opstaat.

Ik denk ook aan Fatima, het zonnewonder in 1917, dat door vele duizenden is waargenomen. Dat heeft niet tot vele duizenden spontane bekeringen geleid.

Het spectaculaire heeft iets van vuurwerk; Oooh, prachtig en dan gaan we weer over tot de orde van de dag.

Zo is het met wonderen. Die brengen niet tot geloof, wonderen komen voort uit het geloof. Er moet een innerlijke beroering zijn, men moet in het hart geraakt zijn, dán kan er iets gaan groeien. Het komt niet van buitenaf. Dat is in het geloof, in de liefde, in al het goede – ook in het slechte, zoals Jezus elders in het Evangelie zegt. Dat, wat de mens bezoedelt, niet van buitenaf komt, maar uit het binnenste van de mens.

Zó moet ook het gezag, waar mee Jezus spreekt, begrepen worden.

Hij zegt geen lesje op, Hij praat niet van buiten geleerd, maar vanuit Zijn innerlijk en dat betekent bij Jezus altijd een innige verbondenheid met de Vader – dat is Zijn Wezen.

Dat is heel Zijn zending: omwille van, voor en tot de Vader.

Mensen herkennen echtheid, hebben daar een antenne voor. Hier staat iemand niet voor zichzelf te praten, zichzelf te verkopen met platheden, de z.g. platheden van anderen te kritiseren, tot meerdere eer en glorie van zichzelf – -nee, hier horen wij een volstrekt integer man. En dat wordt nog eens van onverwachte zijde bevestigd door een demon. Deze onreine geest beschikt over bovenmenselijke kennis en weet exact, wie Jezus is; de Heilige Gods, zijn absolute tegenspeler. Hij roept dan ook niet voor niets, dat Jezus is gekomen om de onreine geesten uit te roeien. Jezus legt hem het zwijgen op en dwingt hem uit zijn instrument en slachtoffer heen te gaan. De omstanders trekken de conclusie, dat Jezus sterker is dan de demonen in het algemeen en sonderen zijn onderricht op een ander, dieper gezag dan dat van de Schriftgeleerden.

Hiermede wordt aan het begin van Jezus’ openbare leven – de eerste vier leerlingen zijn net gekozen –  al direct duidelijk gemaakt, wat Jezus’ zending inhoudt; Gods Koningschap is absoluut onverenigbaar met de dwingelandij van onvrij makende demonische machten. Jezus is gekomen, om het kwaad – en het laatste kwaad is de dood – te overwinnen. Nu al wordt duidelijk gemaakt, dat Jezus uiteindelijk de macht heeft over het kwaad. Dat is groot, goed nieuws.

Zo zal Hij allen, die het leven met Hem zijn aangegaan in het Doopsel, niet verloren laten gaan, tenzij men zelf anders wil, want God dwingt niet.

Zo heeft Hij beloofd, dat de poorten der hel de Kerk nooit zullen overmeesteren en 2000 jaar kerkgeschiedenis heeft dat bevestigd. Telkens, als het echt mis dreigde te gaan, kwam er herstel en nieuwe bloei. Alle menselijke zwakheden ten spijt, is de Kerk bruisend van vitaliteit in de wereld en alleen maar gegroeid, ver over alle afscheidingen heen.

Dat is geen mensenwerk. Wij maken de Kerk niet. Het is alleen met Gods’ Geest, met Pinksteren gegeven, dat de Kerk leeft en zich steeds weer verjongt.

Dat moge ons bemoedigen en troosten, maar niet met de armen over elkaar doen zitten. Want wij hebben de opdracht om Christus daadwerkelijk na te volgen, getuigen van Hem te zijn – alleen al door ons leven, door onze omgang met elkaar. Wij hebben de opdracht van Christus: Wees volmaakt, zoals uw Vader in de Hemel volmaakt is. Dat zullen wij in dit leven niet bereiken. We moeten wél die weg op willen gaan. Dat vraagt om reflectie, om nadenken over ons handelen, over ons leven met God en elkaar.

Als we dát serieus doen, zullen we beseffen, dat we niet zo goed zijn, als velen vandaag vinden van zichzelf.

Laten we nederig zijn. God zal ons dan verheffen!

Amen