PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 30 OKTOBER 2022 IN DE
ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.
Eénendertigste Zondag door het jaar – C

Al is het nog zo mooi en zacht weer, de herfst heeft toch echt zijn intocht gedaan.
Nu nog mooie kleuren in de natuur, maar binnenkort is alles kaal, wordt het kouder en donkerder.
Precies nú bemoedigt de Kerk ons met twee bijzondere feestdagen van hoop en verbondenheid,
Allerheiligen en Allerzielen.
Allerheiligen is een Hoogfeest en dat vieren we als een Zondag, die het vroeger ook was, met een
Hoogmis om 11.00 uur, waarin de bisschop hoofdcelebrant is.
En oeroud feest, ontstaan in de vroege Middeleeuwen , om de martelaren te eren, voorbeelden van
trouw aan Christus tot in de dood toe. Later uitgebreid tot allen die in een standvastig geloof Christus
hadden nagevolgd, de belijders, zoals we die noemen, die eveneens in de hemelse heerlijkheid bij
God mogen zijn.
We zingen in plaats van de voorbeden de Litanie van alle Heiligen.
Is dat niet een tekort aan de Ene Heilige, die God is, zoals we in het Gloria zingen: Tu solus Sanctus:
Gij alleen zijt de Heilige?
Hij is als de zon, waarvan het licht in een reeks prisma’s wordt gebroken en vermenigvuldigd.
Al die heiligen hebben iets van de Ene Heilige zichtbaar gemaakt.
Bovendien vormen wij een Familia Dei, een familie rond God over de aardse grenzen heen.
Wij zien op dit feest uit naar onze eigen toekomst: de voltooiing in Christus.
Het houdt wel een opdracht aan ons in dit aardse leven in, waarover het Evangelie van de
zaligsprekingen die dag gaat.
Wij bidden op Allerzielen, 2 november, voor alle gestorvenen. Begonnen in het klooster van Cluny, in
Bourgondië, rond het jaar 1000 voor de gestorven broeders, later door een Paus uitgebreid voor alle
gestorven gelovigen, die hun opgang maken naar God, maar nog zuivering behoeven.
Wij noemen op die dag de namen van degenen, die een Kerkelijke uitvaart hebben gehad in één van
onze Kerken, maar ook gedenken we allen daarbuiten.
Het bidden voor gestorvenen is uit de gebedspraktijk van de christenen in de vroege Kerk ontstaan
en heeft wortels in het Oude Testament, met name in het Boek Makkabeeën, waar Judas de
Makkabeeër offers laat opdragen voor de omgekomen makkers vanuit zijn geloof in de verrijzenis.
In de latere Middeleeuwen heeft zich de leer van het vagevuur ontwikkeld en is die door alle
concilies tot en met Vaticanum II bevestigd.
Wie sterft er volkomen op God gericht? Ik schaar mij onder degenen, die nog zuivering behoeven.
En het IS opgang naar de Allerhoogste.
Iemand zei: “ In de dood gaat ons leven als een film door ons heen en weten wij onze tekorten in
meerdere of mindere mate – in het laatste is er het zuiverende vuur van Gods’ liefde” .
Door de smeekbeden van de gelovigen, van ons dus en vooral door het H. Misoffer blijven wij onze
dierbaren nabij en blijft de verbondenheid , ondanks vervagende herinneringen.
De vraag is, of dit nog leeft in onze geseculariseerde samenleving, waar het afscheid van gestorvenen
steeds minder kerkelijk, gelovig wordt beleefd. Waar de voorbereiding op de dood in het ontvangen
van de Sacramenten wordt vergeten. Alleen het crematorium rest met veel terugblik en geen
vooruitblik naar het volle leven, in hoop en vertrouwen.
De Kerk blijft bidden voor de gestorvenen.
Op deze bijzondere dagen van Allerheiligen en Allerzielen beleven we eens te meer, hoezeer de Kerk
gemeenschap is, niet alleen wereldwijd, maar over tijd en ruimte heen in het bidden voor onze
gestorvenen en het aanroepen van de hemelse Kerk – ja, dubbel feest van hoop en verbondenheid.
Mogen wij dat zó vieren!
Amen