PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 29 MEI 2022 IN DE        ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.

Zevende Zondag van Pasen – C

Verheft uw hart, is de aanhef van de Prefatie. En het antwoord, dat u dan geeft is: Wij zijn met ons hart bij de Heer.

Hij, die ten hemel is gestegen – niet meer hier, verrezen, verschenen aan de Apostelen en opgestegen ten Hemel – uit het zicht.

Wij zijn geroepen, om in de geest op te gaan naar Hem. Velen zijn niet in staat dat te doen, omdat zij hier opgeslokt zijn door deze wereld. Zij kunnen niet omhooggaan in de geest, want zij missen vleugels. Bidden, vasten en vieren met de Kerk geven de ziel vleugels.

Maar die alleen de wereld zien, kunnen hun hart niet verheffen tot de Heer. Hun schat is niet in de Hemel, maar hier op aarde. Dat is hun deel.

Maar er zijn ook velen en wij willen bij hen horen, die in hun hart met Christus omhoog willen gaan en Hem willen toebehoren. Dat betekent licht en vrede, die wij willen vinden in Christus – in tegenstelling tot wat de wereld geeft: zorgen, bitterheid, oorlog voeren , een ongezonde geest, of, op zijn best kortstondig plezier, leeg en rusteloos, blind voor de toekomst, hun natuurlijke neigingen volgend.

Wie op wil gaan met Christus is als een bergbeklimmer, die geniet van de stilte, de sereniteit, helder, puur met een adembenemend uitzicht. Spreekt de Schrift niet vaak over de opgang naar de berg van de Heer? Zo was de tempel van Salomon op een hooggelegen plek en zijn zovele heiligdommen hooggelegen.

Natuurlijk moeten wij onze plichten en taken hier op aarde vervullen, maar voor een gelovig mens is er een innerlijk en dieper leven in verbondenheid met de Heer.

Verheft uw hart tot de Heer – zo ging Mozes de berg op gedurende veertig dagen en zag hij Gods heerlijkheid. Dat betekende volheid – beneden in de vlakte was woeling, goddeloosheid rond een gouden kalf.

Jezus’ gedaanteverandering op de berg was een ander moment van Hemelse heerlijkheid, die Petrus deed uitroepen: “Heer, het is goed hier te zijn”. De drie Apostelen ervoeren daar, hoe hun leven met Christus = God verborgen was.

Toen Christus’ kruis was opgericht en de ongelovige menigte daaronder liep en Hem bespotte, zei Christus: “Vader, vergeef hen – in Uw handen beveel Ik mijn geest” , zoals Stefanus na Hem deed. Jezus zei tot de rover, die in Hem geloofde: “Vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs”.

In Zijn Verrijzenis was de Heer niet meer aan deze wereld gebonden en omhoog geheven. Zo moeten wij met Hem opgaan, in de blijde belofte in de bede van Jezus vóór Zijn lijden, zoals we in het Evangelie hoorden: “Heilige Vader, Ik bid voor hen, die in Mij geloven, opdat zij allen één mogen zijn, zoals Gij Vader in Mij en Ik in U”. Dat alle gelovigen één zijn in broederlijke liefde, die moet steunen op de eenheid van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Zoals St. Paulus zegt: “Als u dan verrezen bent met Christus, zoek dan de dingen van boven, waar Christus zit aan de rechterhand van de Vader”. Zoek uw liefde in de dingen boven, niet die van de wereld, die voorbijgaat.

Zo mogen wij leven in onze gedachten, verlangens, gebeden en motieven. En mogen wij leven, gericht op onze toekomst, die in God besloten ligt, met opgeheven hoofd, in de zin van fier, dragend wat ons aan vreugde en verdriet, aan schoonheid en zorg op onze weg komt, wetend, dat Gods liefde met en in ons is.

Zó mogen wij opgaan naar het blijde Pinksterfeest, Feest van de Heilige Geest, de ziel van de Kerk.

Amen