PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 27 JUNI 2021 IN DE
ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.

13e Zondag door het jaar – B

Een kort woord bij een lang, maar vooral prachtig Evangelie. Het gaat over twee genezingen, die ineengevlochten zijn. De oude vrouw, die al twaalf jaar aan bloedvloeiingen leed, wordt opeens genezen en wel door iets heel simpels, ze raakt alleen maar Jezus’ kleed aan. En een meisje, dat gestorven is en door Jezus weer tot leven wordt gewekt.

Gaat het over twee wonderen? Wonderbare genezingen komen voor. In veelal Maria heiligdommen, bijvoorbeeld Lourdes en Fatima, zien we ex – voto’s van handen of voeten in was, brillen, krukken, die mensen achter gelaten hebben, als dank voor genezing.

En ook in onze moderne samenleving is dat geloof aanwezig. Herinnert u zich nog Jomanda, die handen oplegde, mensen, die in trance werden gebracht en alternatieve genezers,  die mensen aan de vreemdste handelingen onderwerpen en die hopen, zó genezen te worden. Vreemde spirituele praktijken en mindfulness – goede business.

In Jezus’ tijd was het niet anders, zelfs gewoner, want de medische wetenschap stelde bitter weinig voor.

Is het ten einde raad, dat die oude vrouw en vader Jaïrus naar Jezus komen?

Wil Marcus ons voorhouden, dat Jezus wonderen kan doen, dus kunnen we in Hem geloven? Het is juist andersom: de vrouw raakte Jezus’ kleed aan, omdát ze in Hem gelooft. De aanraking was niet gewoon, want Jezus voelde, dat er een kracht van Hem was uitgegaan. Die kracht kwam tot leven, omdát iemand in Hem geloofde. Niet de wonderen, maar het geloof staat centraal. Zo bij Jaïrus en het dode meisje staat op. Het gebeurt in stilte, alleen de ouders zijn er bij en drie uitverkoren Apostelen. Geen show. En direct, heel nuchter, zegt Jezus: “ Geef haar te eten, want ze zal wel honger hebben”.

In de Eerste Lezing hoorden we: God heeft de mens geschapen voor de onsterfelijkheid. Hij heeft hem gemaakt tot afspiegeling van Zijn eigen Wezen.

Als we dat durven geloven, kunnen er wonderen gebeuren, maar ons geloof is vaak maar zwak. Er zijn vaak vragen en “maren”. Maar als ons geloof rotsvast is, hecht – ik denk aan mensen, die vele jaren getrouwd zijn, die echt voor elkaar zijn gegaan en die door moeilijkheden en teleurstellingen hecht zijn gebleven aan elkaar en daarin gegroeid zijn en die, oud geworden, vol zorg zijn voor elkaar in een echte liefde, zó zie ik een sterk geloof, geworteld in God, als onze Redder en Hoeder, die met ons is en ons nooit in de steek laat.

Mogen wij zelf zó groeien in ons geloof en elkaar tot steun zijn, zeker in moeilijke tijden!

Amen