PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 26 SEPTEMBER 2021 IN DE ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.

26e Zondag door het jaar – B

Op het eerste gezicht brengt het Evangelie van deze Zondag enige verwarring te weeg.

Waar gaat het nu eigenlijk over? Wel, kort samengevat, over wat toelaatbaar is en wat onaanvaardbaar is.

Iemand, die Jezus niet volgt, drijft duivels uit in de naam van Jezus. Dat kan toch niet, zegt Johannes. Maar Jezus zegt: “Belet het hem niet. Wie niet tegen ons is, is vóór ons”.

Het Oudtestamentische voorbeeld hiervan hoorden we in de 1e Lezing, waar Mozes evenmin afwijzend reageert op niet bevoegde profeten. Er is ook een verband met het Evangelie van vorige Zondag, waar de Apostelen ruzieden over de 1e plaats, jaloers, onverdraagzaam, klein.

Andermaal verwerpt Jezus vandaag een enghartige houding. Het uitdrijven van demonen in Jezus’ naam getuigt toch van geloof in Hem.

Ineens moest ik denken aan een document van Vaticanum II over niet –christelijke godsdiensten. De meeste mensen op deze wereld (85%), zijn op één of andere wijze religieus, godsdienstig. We komen er, reizend maar ook hier , steeds meer mee in aanraking. Met eerbied en verwondering zien we, hoe mensen het geloof in het hogere met overgave beleven.

Het document van Vaticanum II zegt er o. a. het volgende over: Er is een algemeen, wereldwijd besef van een hoogste macht, of ook van een vader, dat op zeer verschillende wijze in ook niet – christelijke godsdiensten wordt beleefd en vorm krijgt.

De Katholieke Kerk verwerpt niets van datgene, wat in deze godsdiensten waar en heilig is. Met oprechte eerbied ziet zij dit godsdienstig leven, al is het nog zo verschillend van wat Zij gelooft en leert, omdat er ook een straal van die Waarheid te zien is, die alle mensen verlicht.

Gods Geest werkt ook buiten de Kerk en verder dan de Christelijke Kerken.

Echter, de Kerk moet CHRISTUS blijven verkondigen, die de Weg, de Waarheid en het Leven is, in Wie mensen de volheid van het godsdienstig leven vinden en in Wie God alles met Zich heeft verzoend.

Dát is de openheid van Vaticanum II

Ook buiten de Kerk kan men in Jezus geest prediken en leren, als men uit liefde handelt.

Maakt het dus niet uit wat je gelooft, als je maar iets gelooft? Dát is het relativisme van deze tijd, waar onverschilligheid in schuil gaat en in ieder geval niet de opdracht om te zoeken naar de Waarheid, die eigenlijk een diepe innerlijke wens moet zijn. De Waarheid betreft de verborgen raadselen van het mens- zijn. Wat is de mens? Wat is de zin en het doel van het leven? Wat is goed en wat is zonde? Wat is de zin van het lijden? Wat is de weg naar het ware geluk? Wat is de dood, het oordeel en de vergelding na de dood?

In Christus vinden wij het antwoord op deze vragen.

Hij wist ons de weg, door Zijn eigen leven hier op aarde heen, één met ons, in Zijn woorden, wonderdaden, Zijn lijden, dood en Verrijzenis. Uniek, dat God Zelf zich klein maakt, door de dood heen gaat en die zó overwint!

CHRISTUS is het werkelijke antwoord.

Gaat en onderwijst alle volkeren, was Zijn opdracht aan de Apostelen en ook aan ons in het leven van alledag. Hem moeten wij steeds meer vinden in ons leven.

Het tweede deel van het Evangelie houdt ons voor, dat niet alles aanvaardbaar is. In sterke termen wordt ons gezegd, dat we het kwade moeten mijden, verwerpen. Er is wel degelijk zonde. We kunnen niet alles zo maar van ons afschudden vanwege opvoeding en omstandigheden.

We hebben een vrije wil, ieder mens en een geweten, dat ons vrij scherp zegt, wat goed en wat verkeerd is, d.w.z. wat tegen de liefde, échte liefde ingaat en dus tegen God ingaat.

De kleinen, waarover Jezus spreekt, zijn niet alléén de kinderen, maar óók die, waar ouders meer eigen belangen en genoegens zoeken, dan zich bekommeren om hun kinderen en hun godsdienstige vorming, als mensen in hun geloofsbeleving belemmerd worden, zondigen in doen en laten.

Maar ALTIJD is vergeving daar, waar er om gevraagd wordt!

Dát is de bevrijdende boodschap van het Evangelie!

Amen