PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 25 APRIL 2021 IN DE
ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.

4e Zondag van Pasen –B.

Het wezen van de Kerk wordt in de Heilige Schrift door allerlei vergelijkingen duidelijk gemaakt. Gelijkenissen, die aan de landbouw (akker), bouwwerk, of ook aan het gezin en, zoals vandaag, aan het herdersleven ontleend zijn. De Kerk is een schaapsstal, de kudde en Christus is de Goede Herder.       Zoals Christus ieder schaap bij name kent en er zorg voor heeft, ja, Zijn leven voor hen heeft gegeven. Zo moeten ook wij voor elkaar zijn.

Immers, de liefde staat centraal in ons Christelijk geloof. De zorg, de aandacht, die Christus voor ieder van ons heeft, moeten wij ten aanzien van onze medemensen, thuis, op het werk, in onze families, onze buren betrachten.

In de Handelingen van de Apostelen staat het zo treffend geschreven, hoe de eerste Christenen alles met elkaar deelden, er waren geen behoeftigen onder hen, samen baden ze tot God en vierden ze de Maaltijd des Heren.

Dat is in feite, wat het Tweede Vaticaans Concilie weer duidelijk naar voren heeft gebracht: het algemeen priesterschap van alle gelovigen. Zo betrokken met elkaar leven en met God voor ogen.

In die positieve, mooie bedding kan veel tot bloei komen en ontluiken, zoals de roeping tot het ambtelijk Priesterschap, of het religieuze leven. Mensen, die hun leven in dienst willen stellen van Christus en Zijn Kerk, zich daar helemaal vrij voor willen maken, in navolging van de Goede Herder.

Geen groep, geen gemeenschap kan zonder leiders, die de weg wijzen. Dat zien we in alle geledingen van de menselijke samenleving.

Zo heeft Christus de Apostelen aangesteld, om Zijn Kerk te leiden en hun opvolgers, Paus en Bisschoppen, bijgestaan door hun medewerkers, de Priesters. Christus zelf heeft de Apostelen uitgezocht. Zo is Hij degene, die mensen roept om in Zijn dienstwerk te treden. Het kan nooit een eigenmachtige beslissing zijn, een eigen wil om een baan, en carrière. Men kan het niet opeisen. Maar waarom roept Hij er dan zo weinig, waar de nood zo groot is? Misschien moeten we zeggen, dat Christus wel uitnodigt, maar dat God nooit dwingend is. Dat Zijn Stem wordt overweldigd door die van de wereld, die luider en aantrekkelijker klinkt. Zeker is het ook zo, dat roepingen geboren worden in gezinnen, waar het geloof wordt beleefd, in verbondenheid met de Kerk. Kardinaal Simonis heeft eens gezegd, dat het geloof vroeger in de lucht zat. Dat herken ik: School, Parochie en gezin vormden een soort drieëenheid.  De Liturgie was feestelijk, er waren devotionele plechtigheden, zoals de Sacramentsprocessie. Het geloof stond centraal. Zo heb ik het toen in Nijmegen beleefd, ruim vóór de studentenopstanden aldaar en elders.

Het was ook een samenleving, waar orde heerste, tegen de wanorde van nu, die vrijheid wordt genoemd. Zo snel heeft onze samenleving een totaal ander gezicht gekregen, waar vertrouwde waarden weg zijn gevallen.

Ik moet denken aan een uitspraak van Dostojewski van 1843, die gisteren geschreven had kunnen zijn: “Als God verdwenen zal zijn en de mensen wezen zijn geworden, zal ook het grote idee van de onsterfelijkheid verdwijnen en vervangen moeten worden. Heel die grote liefdesdrift, die zich op het onsterfelijke had gericht, zal zich nu moeten verplaatsen: op de wereld, op de mensen, op de natuur, op ieder grassprietje. De mensen zullen zich haasten, om elkaar te omhelzen, rennen om iemand lief te kunnen hebben, want ze weten nu, dat hun dagen voorbijschieten en dat dit alles is, wat hun rest”. Tot zover Dostojewski.

Is dat niet herkenbaar, waar alles tot het hier en nu wordt teruggebracht en dan is het voorbij. De erotiek, de natuur, die soms iets van een pseudoreligie lijkt geworden, met grote felheid.

Wat kunnen wij onze kinderen aan geloof, aan diepgang, aan zingeving meegeven?

ALLES ligt besloten in Hem, die voor ons gestorven en verrezen is. HIJ wijst ons de weg naar onze uiteindelijke toekomst bij Hem en daar mogen wij al in staan door ons Doopsel – het nu-al en het nog-niet.

De waarheid is altijd eenvoudig, de richting, die wij moeten gaan, de weg, die getooid is met geurige bloemen van de Sacramenten en devoties, die ons gelovig leven kleuren en versterken.

Zó kunnen wij de tegenslagen, zorgen en problemen, van welke aard ook, gemakkelijk aan.

Want de Goede Herder is ons nabij, als ook herders, die Hem present willen en mogen stellen in ons leven.

Laten wij bidden, dat de Heer onze harten daartoe ontvankelijk maakt.

Amen