PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 22 MEI 2022 IN DE        ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.

Zesde Zondag van Pasen – C

Eén van de grootste geschenken, die Christus ons als erfenis heeft nagelaten is de vrede. Niet zomaar een vrede, maar Zijn vrede: “Vrede laat ik u na, Mijn vrede geef ik u”. Niet de vrede van de wereld, maar de vrede van God, de vrede van de Vader en de Zoon, die diep in onze ziel hun verblijf hebben genomen en ons samen de Heilige Geest schenken, de Geest van “Liefde, blijdschap en vrede” (Galaten 5: 22)

Eeuwenlang is de mensheid al op zoek geweest naar deze vrede, heeft ze ernaar verlangt. En JAHWEH kondigt precies, door de mond van de Profeten de messiaanse tijd aan als een tijd van vrede. De Messias, geboren te Bethlehem, is de Vredevorst en de Engelen zingen hun lied: “Vrede op aarde onder de mensen van goede wil” (Lucas 1: 14).

Meer nog, Jezus Christus, het mensgeworden Woord van God, kwam ons niet alleen de vrede brengen, Hij is ook zelf onze vrede, zoals St. Paulus het zegt (Efeze 2: 14). Onze vrede is dus niet zomaar een begrip, het is een Persoon.

De kribbe is echter onafscheidelijk van het Kruis. De Profeet Jesaja had het reeds voorspeld: “De straf, die ons de vrede geeft rust op Hem” (Jesaja 53: 5). Hij heeft vrede gebracht door het Bloed van Zijn Kruis (Kol. 1: 20).

En dat geldt niet alleen voor Christus, maar ook voor ons. Vrede is nooit vanzelfsprekend en geen enkele vrede kan bereikt worden zonder offers te brengen, zonder dagelijks ons kruis met liefde te dragen. Elke dag moet er aan de vrede worden gewerkt, elke dag moet er voor de vrede worden gestreden door elkeen van ons. Om de vrede te bereiken moeten we strijden. Strijden tegen de zonde, tegen ons egoïsme, onze hoogmoed, onze ijdelheid, tegen alles, wat in strijd is met het leven van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, die in ons wonen. God liefhebben is niet eerst en vooral een kwestie van mooie, vrome, zielsverheffende woorden, van de vervoering van onze emoties, God liefhebben betekent, zoals Christus het vandaag zelf zegt: “Zijn Woord, Zijn Geboden onderhouden”. Want wanneer wij de zonde toelaten in ons hart, dan wordt Gods aanwezigheid versmoord in de duisternis van de wereld.

Dierbare Broeders en Zusters, vrede wordt gedefinieerd als “tranquillitas ordinis”, de rust der orde, die ontstaat, wanneer we de harmonie met God, met onze medemens en met onszelf actief hebben hersteld. Ze is dus geen gevolg van passief niets-doen, van luiheid, van onverschilligheid. Willen wij de vrede van onze ziel en zelfs de vrede van onze wereld, dan moeten wij enerzijds afstand nemen van onze zonde en anderzijds positief het goede nastreven. De H. Benedictus citeert in de proloog van zijn regel Psalm 33: 13: “ Wie is de mens, die het leven wil en gelukkige dagen? Wilt ge het echte leven bezitten, het eeuwige leven? Wendt u dan af van het kwade en doe het goede; zoek de vrede en volg Hem”. De vrede moet dus worden gezocht, nagestreefd. En Dom Delatte voegt hieraan toe: “Af en toe zal het schijnen, dat de vrede van u wegvlucht, maar laat dit u niet ontmoedigen. Laat u niet ergeren door zijn traagheid, die mogelijk niets anders is dan uw eigen traagheid. Nooit is er een reden de vrede te laten varen, noch in wederwaardigheden, noch bij lijden, noch zelfs bij misstappen. Men geneest immers misslagen niet door verwarring en berouw is geen onrust”.

Gelukkig worden wij in onze strijd geholpen door de Genade van God en door de Sacramenten, bijzonder de Heilige Eucharistie. Zij helpen ons Gods aanwezigheid brandend te houden en ons te voeden met Zijn vreugde, met Zijn vrede.

Laten we dus de vrede zoeken, waar hij te vinden is, namelijk bij God. “Laat Christus’ vrede heersen in onze harten!”,  zegt St. Paulus. “Wees steeds dankbaar” (Kol 3: 15). We hoeven ons geen zorgen te maken over het verleden, of de toekomst, over onze zwakheden, onze problemen, maar we moeten met vreugde en dankbaarheid onze blik gericht houden op God, die er nu is voor ons.

Wat de vrede van Christus is kunnen we zien in heiligen als bijvoorbeeld Titus Brandsma. De H.Titus zag een goddelijke vonk in iedere mens, ook in de beulen van het concentratiekamp. Met zijn aangeboren vriendelijkheid probeerde hij met de kampbeulen te praten, in de hoop zó iets te bereiken. Een andere Karmeliet in de barak zag er het nut niet van in: “Dat levert alleen maar extra slagen op”, zei hij. Titus antwoordde, dat er misschien toch iets van het gesprek zou blijven hangen.

Ook hier zocht hij naar de diepste kern van de mens. Titus Brandsma zag God in iedereen. Zo mogen wij proberen, dat te zien, in het bijzonder in mensen, waar we moeite mee hebben. En voor hen bidden, zoals Titus zijn medegevangenen vroeg te doen. Dát is vijanden liefhebben. Het goede hun toewensen, voor hun bidden. Heiligen stralen de vrede van Christus uit. Zoals St. Paulus zegt: “Niet ik leef, maar Christus leeft in mij”.

Dat hebben mensen, ook niet gelovigen, in Titus Brandsma herkend.

Heiligheid in de hel van Dachau.

Amen