PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 22 JANUARI 2023 IN DE
ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.

Derde Zondag door het jaar – A

Jezus gaat weg uit Jeruzalem en wijkt uit naar Galilea, het land van de heidenen. Hij is niet voor het eerst op de vlucht. Met zijn ouders was Hij al eerder naar Egypte gevlucht, om Herodes te ontwijken en nu is het wéér om Herodes, die Johannes de Doper gevangen had genomen.
In Galilea trekt Jezus verkondigend rond: “Bekeert u, want het Rijk der hemelen is nabij” .
Daarmee bedoelt Hij niet een bepaald stuk grond.
Jezus bedoelt Gods heerschappij, die aan geen grenzen gebonden is.
God is immers daar, waar  mensen elkaar aanvaarden, vergeven en verdragen. Daar, waar liefde is en solidariteit: ubi caritas et amor (waar liefde en eensgezindheid heerst), zoals wij zingen. Waar men opkomt voor zwakken, daar is God, daar vind je zijn Rijk.

Jezus sprak niet alleen mooie woorden, Hij zette ze ook in daden om. Hij genas alle ziekten en kwalen onder het volk, zegt Mattheus.
Maar Hij deed dat niet alleen. Al direct roept Hij mensen, leerlingen, die we later apostelen noemen, om met Hem mee te werken.
En dat gaat nogal abrupt. Petrus en zijn broer Andreas, vissers, zijn aan het werk, zoals ook Johannes en diens broer Jacobus. Hij roept ze en direct laten ze alles in de steek en gaan met Hem mee.

Ook elders in het Evangelie blijkt, dat het Rijk Gods vóór alles gaat, ook voor familiale banden.

Uw moeder is daar, lezen we bijvoorbeeld: Wie is mijn moeder, wie zijn mijn broeders en zusters?  Dat zijn zij, die het Rijk Gods aannemen en er naar leven. Zoals Zijn moeder Maria deed.
Eerst afscheid nemen van naasten? Nee, dan ben je ongeschikt, lezen we nog weer elders in het Evangelie. Het Rijk Gods verdraagt geen oponthoud. Want Ik zal u vissers van mensen maken. Niet, om ze te vangen, maar om mensen uit het water van pijn en nood te halen.
Want mensen redden, heel maken, dát is Gods Rijk op aarde vestigen.

Dat is de taak, opdracht aan de apostelen, aan de Kerk en dus aan ons en dat in onze verwarde samenleving en wereld, waar velen heen en weer geslingerd worden door zovele problemen en visies.                                                                        Kerk en samenleving zijn communicerende vaten. Wat in de een gebeurt, vindt ook plaats in de ander – niet zo vreemd, want het betreft mensen in dezelfde tijd en allen zijn getekend door de zonde.
Toch is er ook een wezenlijk verschil.  Door de Kerk komen we tot Christus, want Hij heeft de Kerk gesticht, die de Vader heeft gewild en door haar heen werkt de Heilige Geest.                                                                                                          Het is door de Kerk ook, dat wij de Sacramenten ontvangen, de liturgie en een schat aan gebeden en gebedsvormen. Door haar weten wij, dat ons leven méér is dan het hier en nu en dat, waar hier alles aan bederf en eindigheid onderhevig is, wij door het Pasen van Christus, Zijn dood en verrijzenis, mensen van hoop zijn, ondanks alles, wat er in ons leven aan zorgen, problemen en lijden kan zijn.  Wij weten, dat onze toekomst in God besloten ligt en dat is niet anders geworden, ook al willen velen daar niet meer van weten.                                                                                                                            De geloofscrisis van nu gaat door alle Kerken heen, maar daar tegenover staat, dat Kerken elkaar ook steeds meer zoeken en van elkaar leren.
Wij zijn nog midden in de Internationale Bidweek voor de eenheid onder de Christenen.

Sinds Vaticanum II is er ook in onze Kerk veel op gang gekomen. Ik denk nu aan de liturgie, de Viering van de Eucharistie in het bijzonder.  Daar is een grote verandering gekomen in met name de Dienst van het Woord, het Woord van God uiteraard. Vroeger bestond die uit een Epistel – en Evangelielezing, mogelijk als reactie op de Reformatie, die het Woord centraal stelde en werd de Eucharistie zelf centraal gesteld in de Katholieke Kerk.                                                                  De Kerkvaders van het Tweede Vaticaans Concilie wilden echter, dat de gelovigen meer delen van de Heilige Schrift onder ogen zouden krijgen. Daarom is er voor de Zondagen een driejarige cyclus gekomen A – B – C. Mattheus, Marcus, Lucas, terwijl het Johannes Evangelie, dat een eigen plaats heeft onder de vier Evangeliën, in alle jaren op belangrijke momenten en perioden wordt gelezen. Ook is de eerste Lezing in principe uit het Oude Testament en corresponderend met het Evangelie in de zin van belofte en vervulling in Christus. De eerste Lezing (uit het Oude Testament) wordt bezongen in de antwoordpsalm. Daarna een Lezing uit brieven van apostelen, vooral Paulus.  Het Alleluia vers is de opmaat naar het Evangelie en wordt gezongen. Iedereen gaat staan, uit eerbied, omdat het het Woord van Jezus zelf betreft.
De preek, de geloofsbelijdenis en de voorbeden voor Kerk en wereld besluiten de Dienst van het Woord.

Een goede en mooie ontwikkeling, alsook waardering voor de plaats van het Woord van God, die in de Reformatie centraal staat.

Dat we zó verder naar elkaar mogen groeien tot de ene Kerk, die Christus heeft gewild.

Amen