PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN  R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 21 FEBRUARI 2021 IN DE ST. JOZEFKATHEDRAAL  TE GRONINGEN.

1e Zondag van de Veertigdagentijd – B

Op deze 1e Zondag van de Veertigdagentijd gaat het in de 1e Lezing over water en in het Evangelie over woestijn. Twee tegengestelde begrippen, maar ze worden met elkaar verbonden, door wat er tussen God en Noach en ook tussen God de Vader en Jezus gebeurt. De zondvloed had de hele aarde verwoest en leeg gemaakt, zoals in het begin. Alleen Noach en de zijnen en alle dieren, die hij in de Ark had meegenomen, bleven in leven.

Zo is er toch nog hoop. Het leven kan weer een kans krijgen. God bevestigt dit. Hij had de zondvloed over de aarde laten komen, omdat Hij geschokt was, dat de mensen zo trots waren geworden, dat ze een toren wilden bouwen, die tot in de Hemel moest reiken; gelijk aan Hem wilden ze zijn.

Eigenlijk weer een actueel gegeven, n.l. de mens, die zichzelf genoeg waant en God niet nodig heeft. Wij zijn Hem gelijk en Hij is overbodig geworden.

Wij moeten uit het verhaal van de zondvloed niet lezen, dat er nooit meer natuurrampen zouden plaats vinden.

Het verbond van God met Noach, bevestigd in een regenboog, wil ons ervan verzekeren, dat God ons nooit in de steek zal laten.

Hoe het ook kan stormen om ons heen, wat er ook aan onheil gebeurt in de wereld, in ons leven, Zijn trouw zal als een beschermende boog om ons heen blijven staan. God, zou je kunnen zeggen, heeft geleerd door de crisis van de zondvloed, dat Hij meer geduld moet hebben met de zwakheid van de mensen. En wij moeten leren, meer op Hem te vertrouwen.

Dat is niet altijd gemakkelijk.

Je zit immers vaak in een woestijn, zoals Jezus in het Evangelie. Hij had zich laten dopen door Johannes de Doper, als teken, dat Hij Zijn levenstaak aanvaardde. Hij had de stem van de Vader gehoord “Gij zijt Mijn welbeminde Zoon”, maar direct daarna vertelt Marcus, dat de Geest Hem naar de woestijn voerde. In tegenstelling tot Mattheus vertelt Marcus dit heel beknopt. We horen niets over stenen, die brood kunnen worden, een uitnodiging, om van het tempeldak te springen, of om Satan zelf te aanbidden.  Er staat alleen maar, dat Jezus door Satan werd beproefd. Jezus overwon, want daarna bewezen Engelen Hem hun diensten.

Traditiegetrouw horen wij dit Evangelie op de eerste Zondag van de Vasten. Het is een oproep aan ons, om met Jezus de bekoringen tegen te gaan in deze grote voorbereidingstijd voor Pasen.

De mens heeft van God een vrije wil gekregen. Maar zoals Adam, kan hij verleid worden tot het kwade. Daar zit een bepaalde aantrekkelijkheid in  Een grote bekeerling uit de 19e eeuw, John Henry Newman, zegt in een overweging: “Wat is het vreemd, maar wat is het ook waar, dat al mijn natuurlijke neigingen gericht zijn op traagheid, op onmatigheid, op het verwaarlozen van vroomheid en het gebed, op liefde voor de wereld, niet op liefde voor U, mijn Heer en God, of liefde voor de heiligheid, of liefde voor zelfbeheersing. Mijn hart loopt achter nutteloze dingen aan. Het is de slavernij van de zonde”.

Maar de zonde wordt niet meer in deze tijd herkend, omdat men God niet meer kent en dan is alles om het even. Dan bepalen mensen zelf, wat goed en kwaad is. Dat is geen bevrijding, maar betekent verwarring. Is dat niet, wat in onze samenleving gebeurt? Je wordt voor gek verklaard, als je nog gelovig bent. Maar, vreemd genoeg, waar het geloof verdwijnt, tiert het bijgeloof welig, zoals alle esoterie afdelingen in onze boekhandels, mindfullness, zogenaamde “gezondheid” winkels en niet zelden zien we een fanatieke aandacht voor de natuur, als een pseudo religie, waarin men zich heeft ondergedompeld, om een paar voorbeelden te geven. Alles lijkt uit balans en lijkt vast te lopen.

De diepste grond ervan is het verlies van het geloof. God niet meer willen erkennen als degene, aan wie wij alles danken, ons eigen bestaan, die onze uiteindelijke toekomst is.

De Vastentijd roept ons op tot bezinning, tot inkeer komen. Al kunnen wij nog zo veel, we zijn en blijven arme zondaars, ten opzichte van Gods grootheid en heiligheid. Wij worden uitgenodigd, om dieper door te dringen in het mysterie van God, die ons aankijkt, lang voor wij onze ogen opslaan. Bidden is vooral naar Jezus kijken, bij Hem zijn en ons Zijn nabijheid bewust worden. Immers, Hij is ons meer nabij, dan wij onszelf nabij zijn, naar het woord van St.Augustinus.

De Veertigdagentijd, die wij vandaag ingaan, wil ons voorbereiden en doen toeleven naar Pasen, het grootste Feest in het jaar van de Kerk. Waarom? Omdat Christus door Zijn lijden en dood het leven voor ons heeft gewonnen. De dood is door Hem geen eindpunt meer, maar doorgang naar het volle leven bij God. Wat de mens, waar ook ter wereld altijd bij intuïtie heeft geloofd, namelijk, dat het leven na de dood op één of andere wijze moet doorgaan, is door Christus bevestigd in Zijn dood en Verrijzenis. Waargenomen door Zijn leerlingen en aan ons overgeleverd.

Ons vasten kent drie aspecten, zoals u hoorde in de Schriftlezingen; zich dingen ontzeggen, vervolgens die ten goede laten komen aan anderen, die niet hebben (ons Vastenaktieproject) en bidden.

Bidden is vooral naar Jezus kijken, bij Hem zijn en ons Zijn nabijheid bewust worden. “Moge de Heer het Licht van Zijn gelaat over U doen schijnen en U genadig zijn”, zegt de Psalmist.

God laat veel toe. Laat ik God toe in mijn leven? Dat is meer dan alleen een Zondagsviering. De uitnodiging, die daarvan uitgaat, om Hem een plaats te geven in mijn dagelijkse leven en handelen, mag ons in deze Veertigdagentijd nog eens extra bewegen.

De Kerk reikt ons Gebeden aan, als we aan tafel gaan, dankbaar voor de gaven van de Schepping. Een moment van stilte zoeken voor Bijbellezing, een willekeurig Bijbelboek en daar iedere dag een stukje uit lezen. Het mooie Angelusgebed, de Engel des Heren, een prachtige compacte samenvatting van het Evangelie, zoals het Rozenkransgebed, dat uitgebreider is. Wellicht dagelijks een tientje: Onze Vader, tien Weesgegroeten, Eer aan de Vader.

Bij Jezus willen zijn en dan denk ik ook aan de Kruisweg, die wij iedere vrijdag in deze Veertigdagentijd om 15.00 uur bidden, Zijn lijden en sterven overwegend, nabij brengend en natuurlijk is er de dagelijkse H.Mis om 12.30 uur.

Vanuit die groeiende verbondenheid met de Heer, zal dat ook onze omgang met elkaar positief  beïnvloeden, immers God beminnen en de naaste als onszelf. Terwijl wij weten, dat Christus ons altijd wil vergeven, als wij neerknielen voor Hem in het Sacrament van Boete en Verzoening. Dat brengt steeds innerlijke vrede en rust.

Mogen wij zó opgaan naar Pasen!                                                                                                                 Amen