PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 2 MEI 2021 IN DE
ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.

5e Zondag van Pasen – B

In onze snel veranderende samenleving hebben wij het gevoel, dat vele oude vertrouwde zekerheden verdwijnen. Veel mensen hebben heimwee naar vroeger, toen het leven nog overzichtelijk was, zoals ze zeggen. Van de andere kant moeten we het verleden niet te veel romantiseren. Mensen zeggen ook: ik zou toch niet meer naar vroeger terug willen. En laten we niet vergeten, dat we nieuwe banden hebben gekregen, b.v. met andere landen en volken. Door de welvaart kunnen de meeste mensen met vakantie en naar verre oorden. Op allerlei gebied zijn er de laatste decennia contacten en samenwerkingsverbanden gegroeid in Europa, tussen universiteiten wereldwijd, in het bedrijfsleven. Jonge mensen gaan “backpackend” de wereld door en er is grote mobiliteit en ook solidariteit met de derde wereld. De wereld is zelf één groot dorp aan het worden.

Maar niemand zal ontkennen, dat er méér nodig is, om echte verbondenheid tot stand te brengen.  In onze samenleving zijn grote groepen mensen komen wonen van een andere cultuur en ook godsdienst. Dat levert problemen op – er is ontworteling bij hen en dat leidt tot botsingen en wederzijds onbegrip. Maar ook zijn wij, Nederlanders, zelf ontworteld geraakt, is de vergroving toegenomen en dat is niet los te denken van het hele secularisatieproces , waarin velen, Katholiek en Protestant, God aan de kant hebben gezet, alsook de Kerk. Ik moet denken aan een zin in het Bijbelboek Spreuken: Als de openbaring verdwijnt, verwildert het volk. Iedereen houdt er zijn eigen moraal op na, doet, wat hij wil en loopt ook zo met de waan van de dag mee, zeker ook, waar het ’t  samen-leven en leven doorgeven betreft. Is het er beter op geworden, nu mensen zich autonoom wanen? Het aantal breuken tussen mensen is alleen maar toegenomen.

Velen zeggen gemakkelijk, dat God niet bestaat. Maar dat wij een God hebben gemaakt ter vertroosting van moeilijkheden en ellende in het leven. Maar zouden we dan niet een gemakkelijker god hebben gemaakt, die niet zoveel van ons vraagt, b.v. om je vijanden lief te hebben, mensen de andere wang toe te keren, aandacht voor medemensen te hebben, vooral de armen en de zwakken?

Jezus heeft het vandaag over verbondenheid. Hij zegt het op Zijn manier: “Ik ben de ware wijnstok en jullie zijn de ranken. Zoals de ranken geen vrucht kunnen dragen uit zichzelf, maar alleen, als ze verbonden blijven met de wijnstok, zo kunnen jullie het evenmin, als jullie niet in Mij blijven”.         Een prachtige tekst.

Toch hebben we er moeite mee, want met die vruchten zal Jezus wel zoiets bedoelen als opkomen voor het goede, hart hebben voor de medemens, je voor mensen inzetten.                                        Maar dat doen toch heel veel mensen voor wie Jezus en de Kerk een gepasseerd station zijn? Hoe dikwijls hoor ik ouders, intussen grootouders, niet zeggen: Mijn kinderen gaan niet meer naar de Kerk, maar het zijn wel goede mensen. Moet je dan antwoorden: Maar Jezus zegt, zonder Mij kunt gij niets doen? Is niet een beter en juister antwoord: Dáárdoor zijn ze verbonden met de ware wijnstok. Een rank, die aan de wijnstok vastzit, ontvangt van die wijnstok levenssappen. Levenssappen, die weer gevoed worden door de wortels in de grond en het licht van de zon.

Zeker, als Jezus zich de ware wijnstok noemt, wil dat zeggen, dat Hij alleen de echte levenssappen kan geven.Dat gaat echter veel dieper dan een leer of een voorbeeld, of zelfs tot een Kerk behoren. Het heeft te maken met de innigste en diepste verbondenheid, die een mens kan hebben. En zo is er meer geloof dan er kerkelijkheid is.

IK ben de ware wijnstok, zegt Jezus vandaag en Mijn Vader is de wijngaardenier. Jezus noemt God een wijngaardenier, omdat Hij zorg draagt voor Zijn wijngaard en die is groter dan de Kerk, omvat de hele wereld. En niet alleen de Christenen, maar alle mensen van goede wil. Overal, waar goed wordt gedaan en liefgehad, d.w.z. waar men aandacht en zorg voor de ander heeft, daar werkt de kracht van God, die liefde is.

Dat is het levenssap, dat de wereld voedt. Wij zijn als Christen niet beter dan andere mensen. Wij zijn wél bevoorrecht, omdat wij de Bron van alle goeds mogen kennen. Je bent Christen, omdat je hoop ergens anders ligt en omdat je weet, dat je verlossing en vergeving nodig hebt en dat die in Christus wordt aangeboden. Het is onze roeping en opdracht, daarvan te getuigen, in woord en daad, wetend, dat als wij delen in het Kruis, wij ook delen in de Verrijzenis. Niet voor niets vieren wij zeven weken lang het Paasfeest.

Wij zijn de Meimaand ingegaan, de mooiste maand van het jaar, dé devotiemaand van Maria. En gisteren vierden we de gedachtenis van St. Jozef- arbeider op 1 mei in dit Jozefjaar. Maria en Jozef, twee unieke voorbeelden van Christusverbondenheid, die 2000 jaar geleden leefden en die wij nog steeds eren en aanroepen als voorsprekers bij God voor ons. Wij zingen hen toe.

Moge hun toewijding aan de Heer een voorbeeld voor ons zijn!

Amen.