PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R.WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 18 APRIL 2021 IN DE  ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.

3e Zondag van Pasen – B

Wederom verschijnt Jezus aan Zijn Apostelen om te tonen, dat Hij werkelijk verrezen is, d.w.z. niet een louter geestelijk verrijzen, maar de Verrijzenis naar ziel en lichaam.

Weliswaar is Hij niet meer gebonden aan de wetten van de natuur en is Zijn Lichaam in verheerlijkte staat, maar het is wél Zijn Lichaam.

Ter overtuiging nodigt Hij Zijn leerlingen uit Hem te betasten, wijst Hij hen op de spijkerwonden en eet Hij wat.

De Apostelen waren wederom geschrokken. Kennelijk konden ze er niet aan wennen, dat de dode en begraven Meester weer levend in hun midden was. Maar de schrik ging over in vreugde. Hij was er echt. Wij kunnen de Apostelen benijden, dat zij Christus zó konden zien en meemaken. Het zou het ons zoveel gemakkelijker maken om te geloven, denken we dan.

Wij moeten ons behelpen met Zijn Kerk, horen zo indirect over Hem en vooral blijft Hij voor ons verborgen in tekenen, Zijn Sacramenten, brood en wijn bijvoorbeeld.

Ja, sinds de zondeval is God een verborgen God, is de directe aanschouwing, die de eerste mensen vóór de zondeval hadden, voor ons eerst mogelijk ná dit leven op aarde.

Maar dankzij Jezus Christus, Zijn dood en Verrijzenis, is Hij onder ons en met ons – mogen wij deel hebben aan Zijn eeuwig leven door ons Doopsel.

“Zalig zij, die niet gezien en toch geloofd hebben”. Van ons wordt gevraagd te geloven, ook al kunnen wij Hem niet zien.

Is dat moeilijk, zo niet onmogelijk? In onze tijd, waarin wij zo rationeel ingesteld zijn, eerst bewijzen willen zien, willen beredeneren, de eerste oorzaak willen blootleggen, lijkt dat een onhaalbare zaak! Wij zijn argwanend geworden. Wetenschap en technologie hebben al zoveel tot natuurlijke proporties teruggebracht. Toch zal de doorsneemens ook hier op gezag moeten aannemen, omdat hij de kennis mist, het waarheidsgehalte van de wetenschappelijke ontdekkingen te toetsen. Hij is op geloof aangewezen. Maar ook de wetenschapper zélf is op geloof aangewezen in die zin, dat hij een vonk krijgt, iets “ziet”, daarin gelooft en van daar uit zijn onderzoek begint en uiteindelijk zijn ontdekking bewijst.

Het begint met geloof in een zaak, in een persoon en hoe serieuzer, bewuster we daarmee bezig zijn, hoe sterker dat geloof wordt. Ja, de zekerheid, die wij vaak vóóraf wensen, wordt achteraf veel overvloediger geschonken.

Zó is het ook met ons geloof in God. Christus vraagt van ons geloof in Hem, dat Hij er is, dat Hij met ons is. Hij vraagt ons de ogen van ons hart voor Hem te openen en zo te gaan zien door de zichtbare dingen heen en te luisteren naar wat achter het hoorbare klinkt.

Ja maar, zeggen velen, dat kan ik niet zomaar, ik voel helemaal niets. Maar voor alles in ons leven geldt, dat men pas iets gaat voelen, tot iets komt, als men er in gaat staan, er serieus mee bezig gaat:  in werk, in studie, in het  leven met anderen. Dan kunnen rauwe bonen zoet worden, dan kan men pas tot echte liefde voor iets, of iemand komen.

Het is niet anders met ons geloof. Principieel  “ja“ zeggen tegen God, zoals Abraham en Maria ons vóór gingen. Zonder precies te weten, zonder te vragen. Het avontuur met God aangaan. Dat vereist afstand doen van onszelf. Dat kan een moeizame weg zijn, maar die begint met geloof en kan door een groeiend geloof eindigen in heiligheid.

Is dat in onze tijd een onmogelijke opgave? Is er minder geloof in onze tijd? Ik weet niet, of wij ongeloviger zijn dan onze voorouders. Wél is het misschien zo, dat de omstandigheden het ons moeilijker maken dan ooit te voren. Wij zijn op het zichtbare en maakbare ingesteld en dat wordt stelselmatig bevorderd o.a. door onze media. We hebben het veel te goed, heb ik zo vaak uit de mond van oudere mensen gehoord, die andere tijden hebben meegemaakt. Is het een wonder, dat het niet direct zichtbare en grijpbare op de achtergrond raakt, weg wordt geduwd? Veel te vermoeiend.

Is het een wonder, dat de leer van Christus, Zijn Geboden, die de Kerk ons voorhoudt, wordt weggewuifd als niet- meer- bij- de- tijd? Veel te lastig, willen we niet mee bezig zijn. Trouwens, iedereen zegt het toch?

Maar de Kerk laat zich niet van de wijs brengen! Zij blijft de weg van Christus, de weg van de waarheid wijzen, ook al wordt ze gehoond en zelfs van binnenuit aangevallen door mensen, die vinden, dat zij zich moet aanpassen aan de tijd. Welke trouwens, die van gisteren, vandaag of morgen?

Is men nog geïnteresseerd in de waarheid, waar het eigen “ik” centraal is komen staan? De onuitputtelijke Chesterton heeft eens gezegd: “Pas als onze blik op de hemel dezelfde blijft, kan er werkelijk iets op deze aarde veranderen”. Maar het probleem is echter, dat wij steeds van blikrichting veranderen en daardoor verandert er nooit iets wezenlijk op deze aarde. Wij hebben het immers veel te druk met ons aanpassen aan de mode van de dag. Als we onze blikrichting eens werkelijk op de hemel gingen richten en gericht houden, Christus gingen navolgen en niet onszelf, zou er dan niet in onszelf weer iets gaan groeien en leven? Zouden we dan niet onze matheid doorbreken, zou onze gemeenschap, onze samenleving, die steeds harder en gevoellozer wordt, daar niet menselijker en gelukkiger door worden?

Het zout der aarde zijn. Dat is de opdracht bij de gave van het geloof in ons Doopsel. Want we hebben het geloof ontvangen.

Wat doen we met die gave? Kunnen wij er handen en voeten aan geven?

Amen