PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 17 JANUARI 2021 IN DE
ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN

Tweede Zondag door het jaar  –  B

Het verhaal over de kleine Samuël lijkt wel een sprookje.

Het jongetje, zo’n 12 jaar oud, lag te slapen in een tempel van Silo. De lamp van God was nog niet uitgedoofd, staat er. Bedoeld is het olielampje, dat ’s nachts altijd brandde en dat nu, bij het ochtendgloren, zwak flikkerde. Maar men kan ook lezen: Gods lamp was nog altijd aan. Ook al sliep iedereen, God was nog wakker.

En dan hoort Samuël driemaal iemand roepen. Gewillig als hij is, springt hij telkens zijn bed uit en rent naar de slaapkamer van priester Levi. Want hij denkt, dat die hem nodig heeft. Maar Eli begrijpt tenslotte, dat het God is, die roept. En hij zegt tegen Samuël: Ga maar gerust slapen. Mocht je weer geroepen worden, antwoordt dan: Spreek Heer, uw dienaar luistert.

Dan komt de climax van het verhaal. Driemaal, d.w.z. heel intens, heeft God Samuël geroepen, maar nu zal de ontmoeting tussen Hem en de jongen echt plaats vinden. God gaat daarom naast Samuëls bed staan. Hij roept nu niet één, maar tweemaal Samuël, Samuël. En die herhaling betekent: nu roep Ik je echt. Samuël antwoordt: Spreek Heer, uw dienaar luistert. Dat alles vond plaats vóór de dageraad, toen de natuur nog doodstil was. Want God roept in de stilte en de afzondering. Samuël hoorde alleen maar een stem, maar hij werd daarmede door God aangesproken bij zijn eigen naam.

Niet voor niets horen wij vandaag dit verhaal naast het Evangelie, waarin de Evangelist Johannes zijn eerste ontmoeting met Jezus vertelt.

Dezelfde eenvoud, waarmee God Samuël riep, vinden we ook in de ontmoeting tussen Jezus en Zijn eerste leerlingen. Johannes de Doper zag Jezus voorbij lopen en hij maakte zijn leerlingen op Hem attent. Zie het Lam Gods. Verder hield hij zich afzijdig. De leerlingen moesten zelf maar beslissen, of zij wilden reageren, of niet. Maar ze konden blijkbaar niet anders. Ze voelden zich onweerstaanbaar tot Jezus aangetrokken. Die merkte dat. Daarom keerde Hij zich om en vroeg hen: Wat zoeken jullie? Eenvoudiger kan het niet. En dan antwoorden ze: Heer, waar houdt U verblijf? Waar woont U?         Ga maar met Mij mee, antwoordt Jezus, dan kunnen jullie het zelf zien. Ze mogen dus direct bij Hem thuiskomen. En waar kun je iemand beter leren kennen, dan in zijn eigen omgeving? Hoe open stelt iemand zich voor je, als die bij de allereerste kennismaking je mee naar huis neemt! Zulke dingen gebeuren en ze kunnen je leven veranderen.

Johannes vertelt vandaag over zijn eerste ontmoeting met Jezus. Een ontmoeting, die beslissend was over het verdere verloop van zijn leven. Hij is al heel oud, als hij er in zijn Evangelie over vertelt.

Maar hij heeft zijn hele leven over deze gebeurtenis nagedacht en hij weet ook nog precies, hoe laat het was. Op het tiende uur. Dat is bij ons vier uur ’s middags.

Mogen we er een symbolische betekenis in zien, waar bij Johannes alles een diepere zin heeft? Dan kunnen we denken aan tien vingers, tien tenen, tot tien tellen. Daarna begint het zoeken. Dan zou hier het tiende uur het uur van de volheid zijn, het beslissende nieuwe begin.

Wat is nu het bijzondere in deze beide Lezingen? Dat het gaat om een persoonlijke band tussen God en ons. Dat is het wezen van ons christen-zijn. De kleine Samuël wordt persoonlijk door God geroepen en antwoordt daarop. En de twee leerlingen voelen zich persoonlijk tot Jezus aangetrokken.

Zeker, er zijn altijd wegwijzers, voorlopers, zoals de priester Levi en Johannes de Doper. Je ouders bijvoorbeeld, de Geloofsgemeenschap, waarvan je deel uitmaakt, een Priester, vriend of vriendin. Het kan ook een boek zijn, of een bepaalde gebeurtenis. Maar men komt pas echt tot geloof, wanneer men zelf Jezus durft te vragen, waar Hij woont en met Hem mee naar huis mag gaan. Jezus is juist door God in de wereld gezonden, om ons dat vertrouwde gevoel: bij Hem en dus bij God thuis te zijn, te geven. Zo kunnen wij God heel nabij weten en Hem in alle intimiteit ontmoeten.

Johannes raakt daar in zijn Evangelie en brieven niet over uitgepraat. Het Woord bestaat vanaf het begin, schrijft hij in zijn eerste brief. “Wij hebben het gehoord en met eigen ogen gezien. We hebben het aanschouwd en met onze eigen handen aangeraakt en daarom spreken wij over het Woord, dat leven is” En in zijn Evangelie laat hij Jezus zeggen: Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn Woord onderhouden. Mijn Vader zal hem liefhebben en wij zullen tot Hem komen en onze intrek bij Hem nemen.

De leerlingen, die op die middag achter Hem aanliepen, hebben dat allemaal onbewust aangevoeld. Ze konden het nog niet goed verwoorden, maar één ding wisten ze zeker: HIJ is het. Aan Hem willen wij ons toevertrouwen, met Hem willen wij verder. En als ze hun familieleden en vrienden ontmoeten, roepen ze enthousiast en stellig: Wij hebben de Messias gevonden. Degene, op wie we altijd gewacht hebben.

Het is goed ons vandaag door de vervoering van Johannes te laten meeslepen. Te beseffen, dat God de vervulling van al onze verlangens wil zijn. Dat klinkt misschien wat hoogdravend, maar het is wel het enige, wat het leven waard maakt om geleefd te worden, want uiteindelijk blijven er maar twee over:  Ik en mijn Schepper.

Zie het Lam Gods, zegt Johannes de Doper, naar Jezus wijzend.

Ik moet denken aan het beroemde altaar van Jan van Eijk in Gent, waar ik bijna een jaar geleden vóór stond, na de grote restauratie. Het Lam van God kijkt ons aan – zo is na de restauratie gebleken.

Hij kijkt naar ons. Hij, die naar het woord van Jesaja “was veracht en door de mensen verlaten. Hij werd mishandeld, maar deed Zijn mond niet open – als een Lam ter slachting geleid”.

Dit is de VERLOSSER.

Hij ziet ieder van ons aan. Het Agnus Dei weet wie je bent, wie ik ben en Die ons niet heeft laten schieten, ondanks al ons tekortschieten.

Amen