PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 16 MEI 2021 IN DE
ST. FRANCISCUSKERK TE GRONINGEN.

7e Zondag van Pasen – B

Deze week voor Pinksteren, deze Pinksternoveen, mogen wij ons aansluiten bij de Apostelen en Maria, die de komst van de Helper en Trooster in gebed afwachtten.

Afgelopen donderdag vierden wij de Hemelvaart van de Heer en toen kregen de Apostelen de opdracht, wereldwijd van Jezus te getuigen.

Vandaag horen we, dat de Apostelen onder leiding van Petrus de groep van twaalf leerlingen weer compleet maken na het afvallen van Judas Iskariot, die Jezus verraden had.

Een ander moet zijn ambt overnemen en dat moet een leerling zijn, die vanaf het begin van Jezus’ openbare leven, begonnen met de Doop in de Jordaan, bij de leerlingen heeft gehoord én die met de andere Apostelen getuige is geweest van Jezus’ Verrijzenis. Want ons geloof in Christus’ Verrijzenis is gebaseerd op het getuigenis van de Apostelen, die Zijn dood en Verrijzenis hebben meegemaakt.

Het lot viel op Mattias.

Het Evangelie, dat wij hoorden, speelt zich af op een ander moment, bij het Laatste Avondmaal.  Jezus weet, wat Hem te wachten staat en Hij bidt tot Zijn Vader, niet voor zichzelf, maar voor de Apostelen. Daarin vraagt Hij om drie dingen. Allereerst, dat zij één zouden blijven, zoals Hij en Zijn Vader één zijn. Hij kent de mensen en weet, dat dit niet vanzelfsprekend is. Mensen kunnen uit elkaar groeien, in welk verband ook. Er kunnen tegenstrijdige meningen ontstaan, er kan concurrentie komen en ontrouw.

Daarom ook heeft Hij Petrus aangesteld als leider, omdat iedere groep of beweging leiding nodig heeft. Met een leider kan men gezamenlijk op weg gaan, de richting van liefde, vrede en gerechtigheid.

Jezus bidt ook, dat zij niet van de wereld zijn, zoals Hijzelf niet van de wereld is. Natuurlijk zijn de Apostelen mensen in de wereld, waarin zij leven, zoals wij. Maar niet moeten ze zijn in de zin van het wereldlijk streven naar macht, aanzien en rijkdom, naar eigen voordeel, wat onze wereld tot op heden zo vreselijk kapot maakt. Een streven, dat er altijd is geweest, vanaf de ongehoorzaamheid van de eerste mensen aan God, ontaardend in broedermoord, vervolging, onderdrukking, uitbuiting, slavernij, oorlog en ongekende wreedheden tot op de dag van vandaag. En niet zelden worden onderdrukten onderdrukkers, klampen machthebbers zich vast aan de macht, wordt geen oppositie geduld en viert corruptie hoogtij. De gegroeide welvaart heeft ons niet tevreden en dankbaar gemaakt , maar tot consumptie gebracht, ten koste van de natuur en het klimaat. We mogen hopen, dat de pandemie, die nu aan het minderen is, ons tot bewuster leven heeft gemaakt.

Zoals Jezus bidt: Laat Mijn Apostelen anders zijn, dan zo’n wereld. Ook al weet Hij, wat de gevolgen zullen zijn, zoals Hij vervolgt: De wereld haat hen, omdat zij niet van die wereld zijn, zoals Ik niet van die wereld ben.

Het kwade verdraagt het goede niet. Ook dat zien we door de hele geschiedenis van de Kerk heen, waar Christenen worden vervolgd, zo velen de marteldood zijn gestorven, waar men, wat opgebouwd was in liefde, weer heeft afgebroken en kapot gemaakt. De godsdienstoorlogen, die zijn geweest, waren vaak meer om politieke machtswellust en zelfverrijking, dan om de godsdienst zelf. Zoals vandaag de dag in Azië en Afrika de Christenen worden vervolgd door extremistische bewegingen uit de moslimwereld en ook uit het hindoeïsme met name in India, gepaard gaande met mensenhandel en slavernij. In ons vrije westen is geen vervolging van godsdienst, maar hier wordt de godsdienst zoveel mogelijk genegeerd en belachelijk gemaakt. In het openbare leven veelal verdwenen, ook bij herdenkingen en protesten tegen oorlog en geweld elders. Er wordt niet meer gebeden dan, want dan zou je andere mensen voor het hoofd stoten. En wij, Christenen, leggen ons daarbij neer, want zó is de samenleving geworden.

Jezus bidt, broeders en zusters, dat wij niet tot de wereld van het “ik” willen horen, dat wij trouw en moedig blijven uitkomen voor ons geloof, dat juist zo prachtig menselijk is, omdat het liefde en vergeving voorhoudt als de grote opdracht in ons leven.

Zó mogen wij, in deze voorbereiding op Pinksteren, het Feest van de Heilige Geest, bidden, dat wij door Gods Geest gesterkt worden, om mee te werken aan een wereld van liefde, vriendschap en vrede.

Amen.