PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 15 NOVEMBER 2020 IN DE  ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN                                                         33e Zondag door het jaar – A

Want aan ieder, die heeft, zal gegeven worden, zelfs in overvloed gegeven worden, maar wie niet heeft, hem zal zelfs nog ontnomen worden wat hij heeft.

De vroegere leider van de Partij van de Arbeid, Joop den Uijl, heeft eens verklaard, dat deze Evangelie passage hem uit zijn Kerk gedreven heeft. Waartoe een vluchtige lezing, zonder de context in acht te nemen en de werkelijke betekenis te begrijpen, kan leiden. Hoe vaak komt dit niet voor!

Deze uitspraak van Christus is geen vroege vorm van kapitalisme; er wordt geen lans gebroken om, zoals in de huidige globalisering, de rijken nóg rijker te maken en de armen met mooie beloften heen te zenden. De uitspraak van Christus sluit de parabel van de talenten af en die is eerder een protest tegen een dergelijke gang van zaken in de wereld.

In de hele geschiedenis van de Kerk is de parabel van de talenten als een aanmaning om trouw te blijven werken aan Gods zaak. En daarin gelden juist heel andere wetten, dan die in de zakelijke wereld. Het gaat hier niet om bekwaamheden, of behendigheden, intelligentie, eerzucht of carrière, maatschappelijk succes. Het gaat om heel andere talenten, zoals een kloosterzuster eens aan jonge mensen vroeg: “Wat is belangrijk, als je op je sterfbed ligt?”  Wat je allemaal gepresteerd hebt in maatschappelijke zin, zoals net genoemd, of, hoe ben ik als mens geweest en dat in de ogen van mijn Schepper, aan wie ik straks verantwoording moet afleggen. Rekenschap afleggen, beloond of gestraft worden is het thema van deze parabel.

Niet voor niets wordt deze ons voorgehouden nu we tegen het einde van het Kerkelijk jaar zijn gekomen. Volgende Zondag is immers de laatste en de Kerk ziet het einde van het Kerkelijk jaar in het licht van het einde der tijden en het laatste oordeel.

Mattheus wil met talenten aangeven, welke kostbaarheid God, die de Liefde zelf is, aan ons mensen in beheer heeft gegeven, namelijk de mogelijkheid, het vermogen om liefde en rechtvaardigheid, vrede en eendracht, hier op aarde te bewerken, of tenminste dichterbij te brengen en daarmee de ervaring van Gods nabijheid in onze eigen leefwereld.

Niet elke knecht kreeg dezelfde hoeveelheid talenten. Anders gezegd: God overvraagt ons niet. Hij legt geen te zware lasten op, maar houdt rekening met wat wij aankunnen – dus met ons karakter, opvoeding, levensomstandigheden, geestelijke vermogens. We moeten die erfenis ook samen delen. We hoeven het dus niet alleen te doen.

We mogen ons echter niet verschuilen achter onze gegevenheden en ons talent in de grond stoppen. Ja, die derde man in de parabel. Wat moeten wij daarmee? Je krijgt bijna medelijden met hem. Is God dan niet barmhartig? Had Hij hem niet nog een tweede kans moeten geven?

Dit heeft van doen met het karakter van het 25e hoofdstuk van het Evangelie van Mattheus. Daarin gaat het over de eenmaligheid van ons leven en over de afrekening. Dáár is Jezus mee bezig in deze laatste weken van het liturgisch jaar.

Wij krijgen in ons leven veel kansen, maar wanneer het leven voorbij is, wordt ons daarvan rekenschap gevraagd en is het ook met de kansen voorbij. Jezus kent geen reïncarnatie – niet weer steeds opnieuw beginnen –  die slavernij. De mens hoeft en kan zijn huiswerk niet overdoen. In dit ene leven krijgen wij kansen en Jezus hoopt op de dag van de eindafrekening trouwe knechten aan te treffen, die de hun geboden kansen goed hebben benut.

Opvallend is de verontschuldiging, die de derde knecht aanvoert: “Ik dacht, dat u een hard mens was en daarom begroef ik dat talent”. Misschien kunnen we daarin iets herkennen, zo van: “Ik dacht, dat je het me kwalijk zou nemen, als ik me ermee bemoeide” , als iemand in problemen is gekomen. “Ik dacht, dat je bezoek had/ of dat je liever rust had en daarom ben ik maar niet langsgekomen”, als iemand ernstig ziek is bijvoorbeeld.

Het gaat niet om kwaadwilligheid, maar om onwil, gemakzucht om zich in te zetten, zich verantwoordelijk te voelen. Hij wil geen risico’s nemen. Dit gebrek aan “engagement” met Jezus Blijde Boodschap. Dit gebrek aan vertrouwen op God ook, is een waarschuwing voor ons.

Velen zijn zo zeer begaan met het veiligstellen van werelds bezit, maatschappelijk aanzien, zich laten meevoeren op de golven van de tijd, leven in de sleur van alledag, waardoor voor God geen plaats meer is, of zo af en toe, als het uitkomt.

Misschien zijn wij, Christenen in West-Europa, wel die knecht met het ene talent geworden, terwijl de Christenen uit de derde wereld, bijvoorbeeld Afrika, Azië, steeds meer op die knecht met de vijf, of twee talenten zijn gaan lijken. Zij zijn veel armer dan wij, hun leven is veel primitiever, maar daardoor voelen ze zich ook meer met elkaar verbonden, hebben ze een uitgesproken Godsvertrouwen en blijven zij hopen en vertrouwen op een betere toekomst, ondanks alles. Wij kunnen meer van hen leren, dan we wellicht durven bekennen, met name leven in vertrouwen op God en zo blijmoedig kunnen blijven, juist in moeilijke tijden, zoals de huidige,  omdat Hij ons bij wil staan met Zijn kracht

Het is geen toeval, dat de voorlaatste Zondag van het Kerkelijk jaar spreekt over de talenten, die ons gegeven zijn. Wat doen we ermee?  Wat houden ze eigenlijk in?

De eerste Lezing uit het boek Spreuken over de sterke vrouw, is al een antwoord. Zij heeft haar talenten bepaald niet in de grond gestopt.

Amen