PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 15 AUGUSTUS 2021 IN DE  ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.

Hoogfeest van Maria Tenhemelopneming

“Heden is de Maagd Maria ten Hemel opgenomen. In eeuwigheid triomfeert zij met Christus”.

Zo wordt gezongen in één van de Gebeden van deze dag.

Wij hoorden uit de Apocalyps over een vrouw, die in smarten haar kind ter wereld brengt. Zij is een beeld van de Kerk, die door beproevingen en vervolging Christus doet geboren worden in haar gelovigen.

De aanvallen van de duivel vermogen niets tegen haar. Want zij is zeker van Gods wakende zorg. Maria heeft God zelf in zich opgenomen. Als Moeder van alle gelovigen is zij nu verheerlijkt in de Hemel. Dat is het feest, dat wij vieren, een heel oud feest, dat al in de vroege eeuwen van het Christendom bekend is op 15 augustus.

Wat vierde men? Dat Maria in haar dood niet het bederf van haar lichaam heeft gekend. Immers, gevrijwaard van de erfzonde en Christus, Gods Zoon, in haar schoot gedragen hebbend, kon dit niet hebben plaatsgevonden. En ook vierde men, dat de Heilige Maagd Maria de overwinning op de dood heeft behaald en in de Hemel verheerlijkt is naar het voorbeeld van haar eniggeboren Zoon, Jezus Christus.

De Heilige Johannes van Damascus is in de achtste eeuw dé verkondiger bij uitstek van deze overgeleverde waarheid.  Hij zegt: “Het kon niet anders, of zij, die bij het baren haar maagdelijkheid ongeschonden had behouden, zou ook na de dood haar lichaam behouden zonder aantasting door het bederf. Zij, die haar Schepper als Kind in haar schoot had gedragen, moest wel in Gods woontent verblijven”.

Ook de Heilige Schrift stelt ons de verheven Moeder Gods voor ogen, als ten nauwste verbonden met haar Goddelijke Zoon, wiens lot zij altijd deelt.

Maria heeft de beproeving van haar geloof gekend, vanaf de armoedige geboorte in een stal, in de vlucht naar Egypte, het zoekraken van de twaalfjarige Jezus in Jeruzalem. Verder meestal op de achtergrond, niet altijd begrijpend, in de stilte van de eenzaamheid en natuurlijk vooral in het grote offer van het Kruis. “Ook Uw hart zal met een zwaard worden doorboord”, had de oude Simeon Maria al voorgehouden bij de opdracht van Jezus in de tempel.

Maria is de Vrouw van Smarten, bezongen in het “Stabat Mater”, zoals moeders dikwijls moeten lijden omwille van hun kinderen.

Zij is de Moeder van ALLE gelovigen, die bij haar troost zoeken en haar voorspraak vragen bij haar Goddelijke Zoon. Wie staat dichter bij Hem, dan Zijn Moeder?

Maar Maria is ook het beeld van onze toekomst. Nu reeds deelt zij op uitzonderlijke wijze in de triomf van Jezus, in Zijn overwinning op de dood, de haat en de angst.

Ook in de vele uitbeeldingen van het feest, dat wij nu vieren, zien we het lege graf, of ook, eerder, rozen en lelies, die uit het lege graf komen. Want volgens de “Legenda Aurea”, in de late Middeleeuwen, bleef de geur van rozen en lelies achter na Maria’s tenhemelopneming. Maria is het heerlijke beeld van onze toekomst, ook door zorgen, lijden en teleurstellingen van het leven hier. Wij, die Christus willen toebehoren.

Het Evangelie verhaalt ons de ontmoeting tussen Maria en haar nicht Elizabeth, niet zomaar een ontmoeting tussen twee vrouwen in verwachting. Maar een heilsvolle vreugde, die er in alle toonaarden uit spreekt. Elizabeth begroet Maria en wij met haar in het “Wees gegroet: Gij zijt de Gezegende onder alle vrouwen en gezegend is de Vrucht van uw schoot”. Waaraan heb ik het te danken, dat de Moeder van mijn Heer naar mij toekomt? Het kind in haar schoot, Johannes de Doper, springt van vreugde op, zoals in het Oude Verbond David voor de Ark uit danste. Hier voor de Ark van het Nieuwe Verbond, Maria, die Christus in haar schoot draagt.

De bekroning komt in Maria’s Magnificat, haar lofzang, die de Kerk iedere dag bidt in de Vespers, het Avondgebed.

Hoog verheft nu mijn ziel de Heer, een machtig vreugdelied, waarin wij horen, dat de haat is overwonnen door de liefde, dat niet de groten en machtigen, maar de arme en kleine mensen Gods uitverkorenen zijn. DIE wil Hij groot maken. En dat Hij barmhartig is van geslacht tot geslacht.

Maria brengt dank aan de Heer in naam van allen, die de verlossing van Israël verwachten.

Wij mogen met Maria in vreugde God danken voor het Heil, dat Hij ons gebracht heeft en dat in de geboorte van Maria de dageraad ervan al heeft doen opkomen. Maria is onmisbaar in onze heilsgeschiedenis, zoals de grote theoloog Karl Rahner in de vorige eeuw zei. Zonder Maria zou Christus een abstractie worden.

In de Vesperhymne zingen we vandaag:

Hoog boven alles blinkt Gij uit,                                                                                                                       O Maagd, o Koningin, o Bruid                                                                                                                         en alle schoonheid vloeit ineen,                                                                                                                     en alle glans in U alleen.

Amen