PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 11 JULI 2021 IN DE      ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.

15e Zondag door het jaar – B

Vandaag, 11 juli, is ook het Feest van de H. Benedictus, door Paus Paulus VI uitgeroepen tot Patroon van Europa in 1964. Benedictus, geboren rond 480 te Nursia in Umbrië, ging op jonge leeftijd naar Rome, om daar te studeren.

Het was een tijd van grote onrust en volksverhuizingen. Het West Romeinse Rijk was gevallen en er waren invallen in Italië van Hunnen, Vandalen en Germanen. In deze chaotische tijd en sfeer wilde Benedictus niet leven en hij trok zich terug in een grot als kluizenaar in Subiaco, ten oosten van Rome. Daar sloten zich mannen bij hem aan en vormden zo kleine gemeenschappen. Tenslotte trok Benedictus daar weg en stichtte hij een kloostergemeenschap op de berg van Monte Cassino, tussen Rome en Napels. Daar schreef hij zijn “Regel voor de monniken”, een leefregel. Er waren er al meerdere, o.a. door de H. Augustinus geschreven, er was de anonieme “Regula Magistri” , Regel van de Meester, maar de Regel van Benedictus werd tenslotte de Regel, die tot vandaag de leidraad is voor alle Benedictijnen, naar hem genoemd, als ook voor de later ontstane Cisterciënzer Orde, die wij vooral kennen als Trappisten.

Waar gaat het om? God zoeken! Dat is het ideaal van de monniken – afstand doen van alles, om hun leven helemaal op God te richten. Dat gebeurt ook als Kluizenaar, de Heremieten. Maar een gemeenschap vormen, waarin ieder zijn taken heeft en men gezamenlijk in Gebedstijden God wil eren, loven en danken, ziet Benedictus toch als een vorm, waar men elkaar ondersteunend, beter het ideaal, dat ieder voor zich heeft, te bevorderen.

De Regel van Benedictus, die hem beroemd heeft gemaakt, is streng en tegelijkertijd mild – gekenmerkt door een groot evenwicht. Voorop staat: NIETS boven Christus stellen. Allereerst , zegt Benedictus, wat voor goeds u ook onderneemt, vraag God in een volhardend Gebed, dat Hij het tot een goed einde brengt. Bid en werk! Dat mogen wij eigenlijk ook beseffen, dat niet wij, maar God, in ons en door ons het goede tot stand brengt, niet ik, maar HIJ.

Zo, vervolgt Benedictus, moeten wij, met de gaven, die Hij ons geschonken heeft, Hem eer brengen, door de talenten, die ons gegeven zijn, ten volle te benutten. Vermijd het kwade en doe slechts wat goed is, streef naar vrede. Volg de Stem van de Heer, die ons de weg ten leven wijst.

Zoals er een slechte ijver is – vrucht van verbittering – die van God verwijdert, zo is er ook een goede ijver, die van de ondeugd verwijdert en naar God voert en naar het eeuwig leven.

Als u dat zo hoort, dan kunt u denken: dat geldt ook voor mij, voor ieder van ons. Je zou kunnen zeggen, dat monniken op een heel geconcentreerde wijze willen leven, op God gericht, hun en onze toekomst en dat de abdijen oases voor ons zijn in een hectische wereld, die iets van een woestijn heeft.

Haarden van Gebed, ook voor ons, die in de wereld staan, met al zijn zorgen en afleidingen.

Langzaam, maar zeker is het monnikendom in ons Westen gegroeid met een eerste uitbloei in de tijd van Karel de Grote, in de kloosterscholen, zoals die er al eerder waren in Engeland en Ierland. Een grote uitbloei kwam in de 11e en 12e eeuw, met name door het klooster in Cluny, in Zuid Bourgondië, dat tal van stichtingen kreeg in heel Europa, zoals de Cisterciënzers daarna.

We mogen stellen, dat het nieuwe Christelijke Europa door de monniken zijn eerste vorm heeft gekregen. Oorden van Gebed, studie en onderricht, zoals ook in de ontwikkeling in de bouwkunst, Romaans en de vroege Gothiek, de monniken leidend waren, zoals in verdere schone kunsten.

Ik noem abt Suger van St.Denis. Zo is de opdracht aan de Apostelen, waarover we in het Evangelie hoorden, óók verder gegaan. En ook daar hoorden we geen overbodige zaken, niets méér meenemen dan strikt noodzakelijk.

Het Christelijk geloof heeft Europa in niet geringe mate bezield, door hoogtepunten en dieptepunten heen, vaak weer opnieuw begonnen na inzinkingen en verwoestingen. Telkens zich weer herpakkend door de kracht van de Heilige Geest.

Zijn wij nu niet aan een definitieve afbraak bezig? Wat in de tijd van de Verlichting, die de mens centraal stelde, een kleine elite betrof, is die nu gemeengoed geworden tot in de brede massa toe. Maar het is toch ook zo, dat de mens ten diepste een religieus wezen is, door alle tijden en volken heen.

Iemand zei me onlangs, een jonge veertiger: We hebben alles, we hebben het nog nooit zó goed gehad en toch: er mist iets, iets wezenlijks. Ja, zei ik, je bedoelt het transcendente, het totaal andere, dat wij God noemen. Hij besefte het, zoals zo velen zeggen: ik geloof wel, dat er iets is, maar ja, precies? Het lijkt, alsof men er niet toe kan komen, om daar dan stappen in te zetten. Dat vraagt teveel, nu.

Maar wij mogen blijven geloven, dat er een herleving komt, zoals steeds door de eeuwen heen, dat men de weg naar God weer terugvindt en daarin vrede en vreugde in een diepere zin.

H. Benedictus, bid voor ons!

Amen