Kerstmis 2021

Het volk dat in het duister wandelt, ziet een groot licht.
Zo hoorden we in de eerste lezing (vanavond) bij Jesaja die zo’n 700 jaar voor Christus leefde en die als geen andere profeet zoveel gezegd heeft over de Verlosser, de Messias, die zou komen.
Wij zien zoveel lichtjes om ons heen in deze dagen thuis, in de winkels, in de straten. – knus, gezellig.
Maar al die lichtjes verblinden bijna het grote Licht waar het om gaat met Kerstmis en dat is Christus – God zelf die niet alleen naar ons toekomt, maar die zelfs één der onzen wordt.
Immanuel zal Hij heten zegt Jesaja, dat betekent: God met ons.
Dat is het grote mysterie dat wij vieren.
God-met-ons. God zoekt de mens. Waar zijt gij? En dat betrof niet alleen de eerste mens in den beginne. Door heel het Oude Verbond zoekt God de mens,  in zijn uitverkoren volk in de eerste plaats. Maar Hij zoekt iedere mens omdat Hij die wil laten delen in zijn goedheid, zijn liefde,
zijn schoonheid – maar zonder zich op te dringen.
Tenslotte is Hij zelf gekomen, één der onzen geworden, om ons te laten delen in zijn leven.
Zo lezen wij in de brief van Paulus aan Titus: De goedheid en de mensenliefde van God, onze Heiland, is op aarde verschenen en heeft ons gered. Zo wil God ons nabij zijn.
Hunkeren wij ook naar hem, willen wij bij Hem zijn?
Wij leven in een verwarde tijd, al vóór de pandemie, waarin het gewone ongewoon lijkt geworden en het ongewone gewoon.
Een tijd waarin het lijkt dat mensen vergeten zijn dat we naast het lichaam ook een ziel hebben en dat die ziel het levensprincipe in ons is, direct door God geschapen en onsterfelijk.
Zoals de godsdienst de ziel van een samenleving is, van een cultuur, een beschaving en zonder die niet kan bestaan.
Is het niet zo dat het lichaam tegenwoordig  centraal staat? Hoe zie ik er uit, hoe kom ik over en talloze reclames die dat bevorderen. Sport, alle kookprogramma’s en supermarktverleidingen, seks in al zijn varianten, en ook als het einde nadert zijn God en de Kerk vaak ver weg en gaat het alleen nog om de medische behandeling.
We zijn méér dan ons lichaam!
Er wordt veel gesproken over alle geestelijke nood in de pandemie waarin we nu weer opnieuw en nog steeds verkeren.
Het lijkt er echter op dat het aloude gezegde: ‘nood leert bidden’ vergeten is, terwijl dat mensen juist in de ellendigste omstandigheden van oorlogen, kampen en rampen op de been hield en innerlijk sterk maakte.
God zoekt de mens nog steeds. Hij zoekt ieder van ons om ons vrede te geven, ons te heiligen dat is: te verheffen – vrij, gelukkig – niet omdat het leven gemakkelijk is, maar omdat Hij met ons is. Hij die alle ellende zelf doorgemaakt heeft omwille van ons en de overwinning op de dood heeft behaald.
St. Paulus zegt het in een mooie paradox: Hij die rijk was, is arm geworden om door zijn armoede ons rijk te maken.
Kribbe en kruis, dwaasheden voor heidenen, heilstekenen voor ons. Zo mogen wij de weg van ons leven gaan. Ons geborgen wetend in Hem die in ons leeft.
Er is één mens die ten volle zo geleefd heeft vanaf haar conceptie,  Maria. Kerstmis is ook het feest van haar en St. Jozef.
Uitverkoren als geen ander was zij tota pulchra – alschone, Inviolata – onbevlekte.
In de liturgie staat ergens: Gij, Maria hebt Hem gebaard die U geschapen heeft.
O wonderbaar gegeven zegt een kerkvader in een preek: Hij die hemel en aarde omvat, werd omvat in de schoot van Maria.
Realiseren wij ons in werkelijk groot mysterie, wij mogen leven, dat de geestelijke leegheid van nu zo ver te boven gaat.
Moge Maria, de moeder Gods, ons dichter bij Christus brengen. Zij, mens als wij, meer dan wie ook innig verbonden met Hem.
Dat Kerstmis voor ons allen zo werkelijk een feest van vrede en liefde mag zijn.
Daar is God.
Amen.