PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP DONDERDAG 26 MEI 2022 IN DE     ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.

Hemelvaart van de Heer – C

Het afscheid van iemand, die ons heel dierbaar is, is over het algemeen een verdrietig moment. Of die ander nu gaat verhuizen, of door de dood van ons wordt weggenomen, brengt droefheid, treurnis en tenminste weemoed, zelfs al weten we, dat die ander beter af is.

Zo zouden we het ook kunnen verwachten bij de Apostelen, toen Jezus ten hemel steeg. Zijn missie was volbracht. Hij had Zijn blijde boodschap van vrede en verzoening, van liefde, gebracht, bevestigd door het offer van Zijn leven. Wie kent groter liefde dan Hij, die Zijn leven geeft voor Zijn vrienden, voor ons.

De twaalf waren uit elkaar gedreven door Zijn gevangenneming, lijden en dood. De droom was over, voorbij. Zij hadden geleefd in de overtuiging, dat hun Meester, Jezus Christus degene zou zijn, die Israël ging verlossen, zoals de Emmaüsgangers getuigden. Maar bedroefd en teleurgesteld trekken ze weg uit Jeruzalem.

Nee, de leerlingen, zelfs Zijn naaste, hadden zich niet erg karaktervol getoond, op de vlucht, angstig, Hem verloochenend, ja, zelfs kwam het verraad uit de naaste kring, de “inner-circle”.

En toen was Hij ineens op de derde dag weer in hun midden, levend, lijfelijk – zij het anders dan daarvoor – want, lezen wij bij de Evangelist Johannes, ineens stond Hij in hun midden, hoewel de deuren gesloten waren uit vrees voor de Joden. Ze waren geschrokken, konden het niet geloven, maar Hij was er werkelijk. Thomas legde zijn handen in Zijn zijde en ze zagen Zijn kruiswonden en toen herinnerden ze zich, dat Hij daar al veel eerder over had gesproken, over de verheerlijking, maar eerst moest de Mensenzoon nog veel lijden en sterven, had Hij gezegd. Maar toen hadden ze het te druk met de hun toekomende plaats in het Hemelrijk. Wie op de eerste plaats kwam en het was dus niet goed tot hun doorgedrongen. O ja en Hij had ook gesproken over de Tempel, die zou worden afgebroken en die Hij in drie dagen weer zou opbouwen, wijzend op zichzelf.

En nu in deze veertig dagen sinds Zijn Verrijzenis, waren ze meteen weer terug en samengekomen. Hij had hen onderricht en met hen gegeten en gedronken. Dat moet een geweldige tijd voor de Apostelen zijn geweest. Zij moeten zich innerlijk gesterkt en bemoedigd hebben gevoeld. Zó zelfs, dat er geen spoor van droefheid bij hen was, toen Jezus ten hemel voer en aan hun ogen werd onttrokken, want, lezen we bij Lucas, ze aanbaden Hem en keerden vol blijdschap naar Jeruzalem terug.

Wellicht ook om de opdracht en belofte, die Christus hun had gedaan: uittrekken over de hele wereld en Zijn Blijde Boodschap van liefde en bevrijding brengen en ze zouden tekenen mogen verrichten in Zijn Naam: duivels uitdrijven, zieken genezen.

De Helper, de Trooster, die Jezus hun had beloofd, zou hen sterk maken en door alles heen helpen, kortom, er lag een wereld voor hen open.

Mannen van Galilea, wat staat gij naar de Hemel te kijken? Dat staat ook voor de Kerk, voor ons, die vandaag Christus triomf, die begon op het Kruis en in Zijn Verrijzenis en die nu voltooid wordt, viert.

God stijgt ten troon onder luid gejuich van vreugde en dankbaarheid.

Die is er ook, omdat Jezus met Zijn aardse Lichaam ten Hemel is gestegen. Zó deelt onze menselijke natuur al in de eeuwige heerlijkheid. Hij is ons voorgegaan, waar wij Hem eens zullen volgen, zoals in de Prefatie wordt gezegd.

Kruisdood, Verrijzenis en Hemelvaart liggen in elkaars verlengde.

Ja, voortaan zal Hij zetelen aan de rechterhand van God, de Almachtige Vader, zoals we in de Geloofsbelijdenis zeggen.

De rechterhand is de goede hand, wordt wel gezegd. En we lezen in Psalm 110:  Neem plaats aan Mijn rechterhand. Jij bent degene, die in Mijn Naam zult strijden en bevrijden en dat is op de Verrezen Heer toegepast.

Dat zitten aan de rechterhand moeten we niet statisch, maar dynamisch opvatten. Christus heilshandelen gaat in het Hemels Heiligdom ten bate van ons, Zijn volk.

In Woord en Sacrament is Hij altijd bij ons, tot het einde der tijden. Hemel en aarde zijn nu voorgoed met elkaar verbonden.

Onze medewerking wordt gevraagd, om Jezus’ programma van vergeving en verzoening, van vrede en genezing, mee te realiseren.

Onze Kerk, dit prachtige gebouw, waar wij samenkomen, is het Huis van God, Poort van de Hemel, afbeelding van het Hemels Jeruzalem, waar wij eens hopen te zijn. Maar ook een Gemeenschap, die wij vormen. Wij zijn de geestelijke stenen daarvan en Christus is de Sluit- en Hoeksteen, die alles bijeenhoudt.

De opdracht aan de Apostelen is ook de opdracht aan ons, om zelf te groeien in geloof en verbondenheid met Christus, om het zo te kunnen uitdragen in ons dagelijks leven.

Heer, vermeerder ons geloof!

Amen