PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG  8 NOVEMBER 2020 IN DE ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN

32e Zondag door het jaar – A

Gisteren vierden we op bescheiden wijze het Hoogfeest van de H. Willibrordus, stichter en patroon van de Nederlandse Kerkprovincie. Hij werd in 658 geboren in Engeland in Northhumberland en zoals toen gebruikelijk, op 7 jarige leeftijd in een klooster ondergebracht. De ouders waren zo verzekerd van een goede vorming en een goede toekomst.

Als kind werd Willibrordus al aan God toegewijd. De Benedictijner Abdij van Ripon was een centrum van cultuur, geleerdheid en spiritualiteit. In Engeland en Ierland al sinds de vierde eeuw het Christelijk geloof verbreidend.

Het liturgische gebedsleven, dat hij daar leerde kennen, zou een dagelijkse krachtbron in zijn hele verdere leven blijven. Ook leerde hij er een diepe verbondenheid kennen met de opvolger van H. Petrus, de Bisschop van Rome.

Op 20 jarige leeftijd ging hij voor verdere vorming in het kloosterleven naar Ierland. Daar raakte hij ook vertrouwd met het ideaal van het monnikenleven toen, naar de opdracht van Christus in het Evangelie, op weg te gaan en elders het geloof te verkondigen.

Met dit ideaal vertrok Willibrordus met 11 gezellen naar het vasteland, alles achterlatend, om te getuigen van de verrezen Heer. Wetend, dat ons uiteindelijke Vaderland de Hemel is, verlieten zij hun aardse vaderland. Wij zijn immers niet zo zeer burgers van deze wereld, als wel reizigers op weg naar de Hemelse Stad.

Heel zijn avontuurlijk leven wist Willibrordus zich gedragen door Degene, die hem geroepen had. Een groot godsvertrouwen kenmerkte hem en droeg hem.

In het noordelijk deel van ons land was het Christelijk geloof nog niet doorgedrongen.

Willibrordus ging naar Rome, waar hij van Paus Sergius verlof en Zegen kreeg voor de missionering hier in het gebied van de Friezen, dat méér inhield, dan het huidige Friesland.

Door deze reis drukte Willibrordus zijn verbondenheid uit met de Heilige Stoel en de Universele Kerk.

In één van de gebeden van het feest wordt gezegd, dat Willibrordus ons heeft bevrijd uit de duisternis van het ongeloof en ons heeft gemaakt tot kinderen van het Licht.

Tegenover de afgunstige Germaanse stamgoden kon hij het getuigenis plaatsen van een liefdevolle en barmhartige Vader, die zich over ieder van ons ontfermt. Tegenover de dreiging van boze demonen, aan wie voortdurend geofferd moest worden, kon hij de liefde van Christus verkondigen, die zichzelf als losprijs heeft gegeven.

De Germaanse religiositeit verbond een zekere goddelijke kracht aan elementen uit de natuur: bomen, grote stenen en bronnen. Willibrordus kon de ene Bron Christus daar tegenover plaatsen, de waterbron in ons, door het H. Doopsel, opborrelend tot eeuwig leven.

In 695 ging Willibrordus weer naar Rome en ontving hij de Bisschopswijding door Paus Sergius, die hem benoemde tot Aartsbisschop van de Friezen.  Pepijn de Korte schonk hem een vaste zetel  in Utrecht, waar Willibrordus een Kerk bouwde, toegewijd aan de Heilige Verlosser, H. Salvator. Daarmee opnieuw zijn verbondenheid  met Rome onderstrepend, waar de H. Salvator, de huidige St. Jan van Lateranen  (San Giovanni in Laterano), moeder en hoofd van alle Kerken is.

Het bleef een pelgrimerende Bisschop, niet zozeer gebonden aan een zetel, als wel aan een volk. Voor alles was hij verkondiger van de blijde boodschap, zoals een Bisschop eerste leraar in zijn Bisdom is.

In het uitgestrekte gebied van zijn werkzaamheid kreeg Willibrordus een tweetal kloosters geschonken, in Susteren en in Echternach.  In dat laatste klooster zou hij zich op latere leeftijd terugtrekken, waar hij op 7 november 739 stierf, 81 jaar oud.

Gedenkt uw leiders, die u het eerst het Woord van God verkondigd hebben, zegt de Hebreeënbrief. Wat zij zich getroost hebben in hun leven, om het geloof te brengen, nu zo’n 1300 jaar geleden.

En de boodschap  van het Evangelie is de liefde tot God en elkaar. Een wezenlijk aspect in de liefde is de ander in zijn waarde laten, respect hebben voor andermans opvattingen, zeker ook in zo’n gevoelig gegeven als de godsdienst:  vrijheid van meningsuiting kan nooit een vrijbrief zijn, om maar te zeggen en te schrijven, wat men wil.  Anderzijds is het voor ons in ieder geval vreemd, dat de belediging van een mens, en dat is ook een profeet, zo veel agressie kan oproepen. Als God wordt beledigd, is dat wat anders.

De liefde moet door rassen, overtuigingen, godsdiensten, mensen heen gaan.

Dát is de boodschap van het Evangelie, dát is, wat Willibrordus gebracht heeft in onze streken.

Amen