Over een vergevende liefde spreken de lezingen op deze zondag. Misschien moeten we zelfs zeggen dat vergeving in het hart van de liefde staat. Wat zou de wereld er vriendelijker uitzien als we echt konden vergeven, in onderlinge verhoudingen in gezinnen en families, tussen landen. Maar het is ook zoals moeder Teresa eens zei: liefde is eenvoudig maar niet gemakkelijk.
We hoorden in de eerste lezing over Davids grootmoedige en edelmoedige vergeving schenken aan koning Saul die hem naar het leven stond, ingegeven door eerbied voor de gezalfde des Heren.
Christus spreekt in het evangelie over een onbegrensde liefde: niet beperkt tot een vorst of eigen stam, tot vrienden en mensen die goed voor ons zijn. Dat doen de heidenen ook.
Christus vraagt meer dan het gewone, voor de hand liggende. Hij vraagt om een stap over ons zelf heen te zetten. Niet eigen gelijk of eigen trots te laten overheersen, maar jezelf prijs te geven voor een beter doel- zoals man en vrouw zich ineen huwelijk aan elkaar uitleveren, zoals Christus zelf zich gaat uitleveren tot het laatste toe uit liefde voor ons.
Het gaat om een nieuwe geest, om een andere wijze naar de werkelijkheid, naar elkaar te kijken. Het gaat om de gezindheid van het hart. Het haat zaaien, mensen schofferen in een primaire opwelling via de sociale media zoals zo vaak gebeurt, staat daar haaks op. Dat is gif in onze menselijke relaties. Nee, dat levert niets goeds op.
Christus vraagt om het tegenovergestelde: je vijanden liefhebben, hen eerder zegenen dan te vervloeken, goedheid stellen tegenover het kwaad. Jezus zegt vandaag in het evangelie dat we ‘van harte’ moeten vergeven, dus geen koele hand en strakke blik. Christus is veeleisend in de liefde. Is dat niet een onmogelijke opgave voor ons mensen? We hebben vaak al moeite genoeg met mensen die we niet als vijanden beschouwen.
Ons wordt in de huidige cultuur van onze media iets anders voorgehouden: liefde is lief zijn, seks, genieten, dus ik gericht, moet vrij zijn en alles moet kunnen want ik mag zelf bepalen wat menselijk is. Er is geen waarheid. De mens is de maatstaf van alle dingen, zo wordt door geadoreerde filosofen beweerd. Hun gedachtenkronkels brengen verwarring en bepleiten eigenlijk nihilisme. En zo heeft op het ogenblik ieder zijn eigen moraal en leeft naar hem of haar goeddunkt, met alle gevolgen en breuken van dien. Trouw lijkt een vergeten begrip geworden en de kinderen die maar verwerkt worden bungelen tussen twee ouders op verschillende adressen.
Hoe moeten zij leren wat werkelijk liefde is, die zorg en aandacht en geborgenheid vraagt in hun jonge jaren. Wat krijgen zij aan waarden en normen mee, om nog maar te zwijgen van het geloof. Als we maar tolerant zijn en alles goed vinden wat altijd vreemd is geweest, en waag het niet iets anders te zeggen dan de publieke opinie ons voorhoudt.
Het gewone is ongewoon geworden en het ongewone gewoon. Maar ik las een uitspraak van Aristoteles, de voor-christelijke Griekse filosoof: tolerantie is de laatste deugd van een stervende maatschappij. Zo is niet alleen de politiek, maar ook onze moraal, onze Nederlandse, ja westerse samenleving ontworteld.
En nu ligt ons enige echte houvast in liefde en vergeving, de Kerk, onder vuur en lijkt het erop dat alle morele kwaad op haar wordt afgewenteld. Maar Kerk en samenleving zijn communicerende vaten. Wat in de een gebeurt, gebeurt ook in de ander. Zonder iets goed te willen praten van wat verkeerd was en is, wil ik toch wel enige nuanceringen aanbrengen bij de eenzijdigheid en vertekening in de ongehoorde publiciteit. Alle schijnwerpers staan op de Kerk gericht alsof zij een bolwerk van seksueel misbruik is. Van alle sportclubs etc. waar het speelde hoor je niets meer, evenmin van het rapport Samson. Meer dan 90% van het misbruik schijnt in gezinnen plaats te vinden; celibaat is niet de oorzaak: in de RK kerk in Nederland ging het om 2% van de geestelijken, in Amerika om 4%. Dat moet natuurlijk 0% worden en het is goed dat het aangepakt wordt en er maatregelen komen. En misschien kan de Kerk een voorbeeld worden van hoe tegen dit misbruik in te gaan, maar een wereldwijde organisatie met 1,5 miljard mensen zal tijd nodig hebben om hier orde in te scheppen.
Maar de Kerk is toch heilig zoals we in de geloofsbelijdenis zeggen? Ja, omdat zij door Christus is gesticht, van God gewild dus en zo goddelijke gaven worden bemiddeld in met name de sacramenten. De morele heiligheid is een opdracht, heiliging van mensen. De Kerk heeft nooit de pretentie gehad de ideale samenleving te zijn, boven de aarde zwevend. De zonde heeft altijd gespeeld, ook in de orde van de geestelijke leiders. Geen mens is zonder zonden en zo bidden we in de Eucharistie al aan het begin om vergeving van zonden en komt de bede telkens terug, zoals vlak voor we te communie gaan: “Let niet op onze zonden maar op het geloof van Uw kerk”. En zegt Christus zelf niet: wie zonder zonden is werpe de eerste steen? ook de Paus biecht.
Het tweede Vaticaans concilie heeft over de Kerk gezegd dat zij zich altijd moet hervormen en zuiveren. Dat gebeurt nu op een heel concrete manier. Laten wij bidden voor de Kerk dat zij door dit proces heen het licht van Christus stralender mag doen schijnen in de wereld.
Amen.
Pastoor R. Wagenaar