PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN DRS. R.R.B.M.WAGENAAR GEHOUDEN  OP ZONDAG 6  SEPTEMBER  2020 IN DE ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN

Een Rabbi in een dorp werd door iedereen geprezen, want hij was wijs, gaf goede raad en kon zelfs mensen genezen. Iedereen zong zijn lof, maar er was één man in het dorp, die niets van hem moest hebben, die hem altijd uitschold en kritiek op hem had.

Op een dag ging deze man dood. Tot verbazing van het hele dorp was de Rabbi diep bedroefd en huilde hij.  De mensen kwamen naar hem toe en zeiden: “Maar Rabbi, ben je dan niet blij, dat die man, die altijd zo onaardig tegen je was, dood is? Nee, zei de Rabbi, ik heb vandaag mijn enige vriend verloren, omdat hij mij op mijn fouten en gebreken wees en zo aangaf, hoe ik mijn leven moest beteren.

Over de broederlijke terechtwijzing gaan de lezingen vandaag. We hoorden Ezechiël en het Evangelie, waarin de terechtwijzing onder vier ogen moet worden gegeven, discreet en barmhartig, als een noodzakelijk middel om te groeien in het geloof en in de omgeving met elkaar.

Vervolgens wordt een juridische structuur aan de Kerk gegeven, met recht om te binden en te ontbinden in een uitbreiding van de eerdere volmacht, aan Petrus en de overige elf Apostelen.

Dit Evangelie ligt in het verlengde van de Evangeliën  van de afgelopen twee Zondagen over de aanstelling van Petrus en de stichting van de Kerk door Christus.

Kerk en Evangelie- velen voelen zich wél religieus, of zelfs gelovig, maar het lijkt er ook op, dat mensen het graag vrijblijvend willen houden. Zoals er ook zijn, die zeggen, dat je niet naar de Kerk hoeft om te bidden en dat je dat ook thuis kunt doen. Natuurlijk moet je ook thuis bidden, maar mensen, die dat zó zeggen, bidden meestal ook thuis niet. Het is een mooi toegedekt smoesje om maar thuis te blijven en de gemakzucht te laten zegevieren.

Het zal ook met ons ik-tijdperk te maken hebben, waarbij velen een soort bastion om zich heen plaatsen en zichzelf centraal stellen Het kan niet anders dan verarming en verschraling zijn, want we kunnen niet zonder anderen, niet zonder een gemeenschap, een gemeenschap, die Christus uitdrukkelijk heeft gewild. Als gelovige mensen komen wij op de Dag des Heren onze plicht van dienst aan God vervullen. Dat is op zich al een doorbreking van de keten van alledaagse dingen, zaken en zorgen.

Het betekent, hoe dan ook een rustpunt. We horen uit de Heilige Schrift en de uitleg ervan, we bidden samen, we zingen samen en dat doet goed. Dat zeggen mensen ook, als ze uit de Kerk komen en weer thuis zijn. “ De Zondag is nu anders begonnen” Ik zou willen zeggen:  “Zo begint de Zondag pas echt”. Of, zoals de Paus een keer zei: “Zonder God is de Zondag,  het weekend leeg”. Het is weldadig in zich en de ene keer wat meer doorleefd dan de andere, maar zo is het leven.

Je kunt toch ook niet zeggen: “Ik ga pas naar mijn werk, als ik ervoor in de stemming ben, o ja en gisteren  is het te laat geworden, ik kom vandaag maar niet”  Zeker, waar het God betreft mag het niet afhankelijk zijn van onze luim, maar van verplichting jegens Hem, aan wie wij alles danken. Beseffen we wel, dat ons alles gegeven is?

Samen bidden versterkt ook de onderlinge band en vergroot de solidariteit. Evenzeer op het morele vlak hebben we een gemeenschap nodig om elkaar te corrigeren. Geen mens kan immers zichzelf tot rechter zijn, over zichzelf oordelen.

Wij leven in een moeilijke tijd en in een gistende wereld, die zichzelf zoekt en waar alleen commercie en berekening lijken te tellen tot in de intiemste en heiligste aangelegenheden van het menselijk leven, zij het onder mooie voorwendselen van vrijheid, zelfbeschikking en verantwoordelijkheid.

Om in zo’n zieke, verwende samenleving tóch de weg van Christus en van het Evangelie te vinden, is de stem van de Kerk onmisbaar! Zij dwingt niet, maar wijst wel de weg, een veeleisende weg misschien, maar dat is de weg van Christus, die veeleisend is, zoals hij voor zichzelf was.

De weg van de liefde is niet die van zoete broodjes, maar het offer. Mét Hem en met anderen geleefd en gedragen maakt dat ons leven werkelijk lichter en draaglijker. Er is veel kritiek op de Paus, maar tegelijk is hij de enige morele autoriteit- onze gids in de wereld –ook al lijkt zijn stem machteloos in de woedende golven;  het is een stem, die na 2000 jaar nog steeds klinkt, ongebroken, moedig en sterk!

In zwakheid wordt Gods kracht pas duidelijk. Was het zo niet begonnen toen Christus in de armen van de oude Simeon lag en deze zei: “Dit Kind zal bestemd zijn tot val en opstanding van velen. Tot teken van tegenspraak” De vraag is, of mensen de stem van Christus, die door de Kerk tot ons komt, echt willen horen. Het vraagt om inkeer en ommekeer. Het is een proces door heel ons leven

Als onze blik maar op Christus gericht is en niet op onszelf.

Amen