5e Zondag van Pasen – A
Schriftlezingen: Handelingen 6, 1-7
1 Petrus 2, 4-9
Johannes 14, 1-12

De evangelies van de laatste zondagen van Pasen beginnen al vooruit te wijzen naar Hemelvaart en Pinksteren.
Jezus spreekt in zijn grote afscheidsrede over zijn heengaan naar de Vader, tot ontsteltenis van de apostelen, maar Hij zegt hun vriendelijk en beslist: ‘Maak jullie geen zorgen, laat uw hart niet verontrust worden’, zoals ouders hun kinderen kunnen geruststellen.
Het is troostend en opbeurend.
Als we de krant opslaan, de tv zien, gebeurtenissen in ons eigen leven meemaken, zijn er zoveel dingen die ons kunnen verontrusten. Wat is er allemaal gaande – zoals nu?
Laat uw hart niet verontrust worden. Een zoethoudertje? Nee, we moeten de zorgen en problemen serieus nemen maar er ons niet door laten overweldigen, integendeel, er een nieuwe dimensie aan geven.
Welke? Ge gelooft in God, gelooft ook in Mij. Christus wil ons bij de Vader brengen.
Hij is, zoals de tweede lezing zegt, de hoeksteen, degene die voor ons een plaats bij God in de hemel bereidt, tenminste als wij dat zelf willen.We worden uitgenodigd ons vast te houden aan Christus, zijn woorden ons eigen te maken en zijn daden van goedheid en trouw na te volgen.
Zo houdt Christus ons voor: ‘Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven’. Een vertrouwde, bekende zin voor ons, die we dikwijls in kerken rond zijn afbeelding konden vinden. Maar misschien hebben we over de werkelijke betekenis ervan heen gezien.
Christus wijst ons niet alleen de weg, zoals de profeten in het O.T., zoals de apostelen zullen gaan doen. Nee, Hij zegt: Ik ben de Weg, Ik ben degene die naar God leidt; als men die weg gaat, d.w.z. Christus volgt, komt men niet verkeerd terecht. Hij is de enige veilige gids, juist in een tijd van verwarring als de onze is.
Zo wordt eens te meer duidelijk dat het niet zozeer om een leer of een boek gaat maar om een persoon, Christus zelf.
De één zegt dit, de ander dat, de één gelooft dit, de ander dat. Maar het gaat om het volgen van Christus, naar wie wij ons christen mogen noemen.
Ik ben de waarheid. Wij spreken over vrijheid en tolerantie. Maar de mens is pas echt vrij als hij zich laat leiden door de waarheid die Christus is. Vrijheid en tolerantie zonder fundament blijven willekeur en blijven gevaren in zich houden. Men kan niet zeggen dat wat voor de één waar is, dat voor de ander niet hoeft te zijn.
Want dan is er geen waarheid meer en Christus zegt juist onomwonden dat Hij de waarheid is. Daar staan wij onder en niet er boven. En de paradox is dat dat ons niet beknelt maar juist bevrijdt – een weg wijst.
Waar vindt men dan die waarheid?
In de Tien Geboden, in Jezus’ zelfopenbaring met als hoogtepunt zijn dood en verrijzenis.
Dat geeft richting aan ons leven en dan hoeven we niet te vluchten in randverschijnselen die nu welig tieren, zoals new age, astrologie, sekten etc., dwaalwegen die mensen van de weg die Christus is afhouden.
Als Christus de weg en de waarheid is volgt daaruit dat Hij het leven is.
Ik ben het leven. Dan gaat het niet om biologisch leven maar het leven van echt geluk en vrede – en dus eeuwig leven.
Als wij Christus als maatstaf nemen, dan kunnen wij ook als kleine groep levende stenen zijn in het bouwwerk dat de Kerk is – en is het zo ook niet begonnen?
In de Handelingen van de apostelen, waaruit in deze Paastijd wordt gelezen, vernemen wij hoe klein en broos maar ook sterk het eerste begin van de Kerk was.
Er kunnen nog zoveel omstandigheden, ook in onze tijd, zijn, die lijken af te breken, er kunnen nog zoveel aanvallen zijn op geloof en Kerk – het gaat om de innerlijke kracht en vitaliteit van ons persoonlijk geloof, van ons geloof als gemeenschap door de Geest die in ons leeft en die ons leidt.
Dan zullen we in zwakheid sterk blijken en zullen we ook de huidige crisis doorstaan, ja er gesterkt uit tevoorschijn komen.
Maar het houdt wel een appèl aan ons in: Christus te willen volgen die van zich zelf zegt: ‘Wie Mij ziet, ziet de Vader’.
Amen