Haaks op het St. Nicolaasfeest dat wij gaan vieren, al heeft het helaas zijn onbevangenheid verloren, staan de lezingen van deze voorlaatste zondag van het liturgisch jaar. Die gaan over het eindgebeuren en wat er direct aan vooraf gaat.
Als we de ontwikkelingen volgen in ons land en die wereldwijd gelden qua natuur, wat betreft ons gemeenschappelijke huis: de aarde – naar de titel van de encycliek van de paus 4 jaar terug over de cultuur van verspilling en de schrille armoede aan de andere zijde – vervuiling van de aarde door menselijk toedoen, Als we zien de vele oorlogen en natuurrampen in de wereld, de vele valse profeten die vaak onder de titel van spiritualiteit en allerlei bijgelovige praktijken verwarring zaaien, ook hoe wij met het menselijk leven omgaan in zijn vroegste en laatste stadium (we kunnen al bijna een mens maken), de wereldwijde corruptie – dan kun je soms gaan denken dat het einde der tijden niet ver weg meer kan zijn.
Maar direct zeg ik er bij dat zo vaak eerder in de geschiedenis mensen dit gedacht hebben, zoals nog in 1964 een aantal mensen op de Mont Blanc klommen om daar aan de ondergang van de wereld te ontkomen. Dwaze illusie sowieso.
Ook de apostelen dachten dat zij het einde der tijden zouden meemaken.
Het heeft geen zin daarover te speculeren, want niemand kent dag noch uur.
Wat dan wel? Welke voorzorgsmaatregelen moeten we nemen?
Ik moet denken aan de Regel voor de monniken van de H. Benedictus die daarin zegt dat een monnik iedere dag moet beleven alsof het zijn laatste is. Niet in angst en beven, panisch, schrikachtig, maar bewust, zo bewust mogelijk het goede volgen en doen. Christus voor ogen houden en Hem volgen en dat wil dus ook zeggen: in onze omgang met elkaar. En daarin kunnen we allemaal tandjes bijzetten. In de gewone omgang, in zorg en aandacht, ja, zorgvuldig willen leven.
Dat mag en moet ook steeds meer zijn de zorg voor de Schepping. Vanuit de geweldige welvaart die we kennen – zoals wellicht nooit eerder voor zovelen. Niet alleen in aandacht voor de toch altijd nog velen die, ook in ons eigen rijke land, in armoede leven (ik denk aan de voedselbank) maar dat we van een cultuur van verspilling over gaan naar mensen die beschermers van de Schepping willen zijn.
De eerste kleine stappen roepen al direct veel verzet op en toch zullen we moeten inleveren. en dat is nooit gemakkelijk: opgeven wat je hebt. Maar als we het verschil tussen “hebben” en “zijn” serieus nemen, zal het ons gemakkelijker kunnen vallen.
Dan kunnen we de betrekkelijkheid van het “hebben” zien en weten we dat dat altijd tijdelijk en beperkt is, terwijl het “zijn” ons leven zelf is en onze toekomst.
Onze toekomst, over het hier en nu heen. Soms vraag ik me af of mensen daar nog wel mee bezig zijn, terwijl deze laatste weken van het kerkelijk jaar spreken over de laatste dingen, over onze toekomst die in God besloten ligt, als wij dat zelf willen, God laat de mens vrij. Hij respecteert ten volle onze vrijheid om vóór of tegen Hem te kiezen. Daarom is het ook niet zo dat er aan het einde der tijden zoiets als een algehele amnestie zal zijn. Dat zou afbreuk doen aan het principiële gegeven dat de mens een vrije wil heeft en zou dus afbreuk doen aan zijn waardigheid. God neemt de mens serieus. Zo vind ik het altijd dwaas als mensen zich afvragen waarom God alle ellende in onze wereld toelaat! We kunnen God toch niet verwijten wat mensen elkaar aandoen? Maar dit terzijde.
Wat is onze keuze?
Daar gaat het om! Zovelen in de kerk gaan onvoorbereid dood, zonder de genademiddelen van de kerk, de ziekenzalving – het viaticum (de H. Communie), ook zonder kerkelijke uitvaart.
Is het onverschilligheid, onnadenkendheid? Maar dat kan toch niet zo zijn. We waken over onze bezittingen, ons huis – tegen diefstal. Dan gaat het nog maar over het “hebben”. Is ons “zijn” dan minder belangrijk?
Wil men de kinderen niet belasten? Maar die kunnen toch wel een uurtje in de kerk zitten voor een dierbare?! Bovendien kunnen ze dan meemaken en beleven op welk een koninklijke wijze de kerk de overledenen uitgeleide doet en bij God aanbeveelt in een viering vol troost en hoop die spreekt uit gebeden en gezangen. Misschien kan het hen ook aan het denken zetten hoe mooi en rijk aan zingeving dat is. Veel jongeren zijn ook zoekenden daarin. Want de mens is ongeneeslijk religieus, zoals de titel van een onlangs nieuw uitgekomen boek luidt.
Christenen mogen meewerken aan een betere wereld en dat begint bij mijzelf en in de kleine cel van onze samenleving, het gezin, dat nu onder druk staat.
Het goede en het ware nastreven blijft echter een opdracht.
Alles wat op ons afkomt aan ideologieën en vreemde theorieën moeten ons niet uit balans brengen in het licht van de Heer van alle leven en onze toekomst.
Dat wij standvastig mogen zijn.
Amen.

Pastoor Wagenaar