Gen. 3, 9-15.20
Joh. 19, 25-34

Is het niet opvallend dat het meest wezenlijke in ons leven onzichtbaar is?
We kunnen alleen maar de uitwerking waarnemen b.v. wie kan er leven zonder lucht, zonder adem?
Wat zou deze moderne wereld zijn zonder elektriciteit? Waar zouden wij blijven zonder hoop, zonder liefde?
In de H. Schrift betekent het woord Roeach zowel lucht als adem, als wind en geest.
Ze zijn allemaal onzichtbaar maar ook onmisbaar en onmiskenbaar.
Het is ook waar dat alles slechts kan bestaan door de kracht van Gods’  Geest die ook als adem en wind wordt geduid.
Al in de eerste regels van de bijbel  wordt gezegd dat Gods’ Geest boven de wateren zweefde.
En nadat God van klei de mens geboetseerd had, kwam deze pas tot leven nadat God hem de lucht van zijn eigen adem, zijn geest, in zijn neus geblazen had.
Voor de H. Schrift  kan alles slechts leven wanneer het bezield wordt door Gods’ adem, Gods’ Geest.
Alles wat bestaat is de vrucht van zijn levenskracht. Hij schenkt ons de aarde, licht, lucht en voedsel.
Maar ook inzicht. Alles wat wij mensen ontdekken en maken is  niet alleen onze verdienste, maar mogelijk door God die onze lichamelijke en geestelijke vermogens heeft geschonken.
Wij vieren Pinksteren, het feest van de gave van de H. Geest, Geest die vuur en liefde is.
Ook een bron die nimmer opdroogt. Een waterbron opborrelend tot eeuwig leven.
Waarom wordt de gave van de H. Geest water genoemd? Omdat alles bestaat dankzij het water. Omdat het water van de regen neerdaalt uit de hemel. Omdat het in één vorm tot ons komt, maar in vele vormen zijn werking uitoefent, zegt de H. Cyrillus, bisschop van Jeruzalem in de 4e eeuw.
Zo is ook de H. Geest: Hij is één, enkelvoudig en ondeelbaar, maar aan ieder deelt Hij zijn genade uit zoals Hij het wil.
Het is de H. Geest “die Heer is en het leven geeft”, zeggen we in de grote geloofsbelijdenis. Zo bracht Hij de apostelen in beweging, die zich angstig hadden opgesloten in de bovenzaal.
Nu gooien ze de luiken open. Petrus houdt zijn eerste grote toespraak tot de samengestroomde menigte van allerlei talen die allen Petrus verstaan.
In tegenstelling tot het verhaal van de toren van Babel, brengt de H. Geest bijeen, brengt eenheid.
Het vuur boven de hoofden van de apostelen symboliseert het vuur dat in hun hart ontbrandde. Voorgoed is nu alle angst voorbij. Ze zullen gevangen genomen, geslagen, gegeseld. Maar niet meer van hun stuk te brengen gaan ze door  met Jezus te verkondigen, blij dat ze al die vernederingen mochten ondergaan.
Zo bewezen ze immers hun liefde voor de Heer. En de liefde brengt graag offers.
Ook wij hebben de H. Geest ontvangen. In aanleg bij het doopsel en vervolgens in het vormsel.
Merken we daar weinig van? Maar wat doen wij met de geschenken, de gaven van de Heer? Iedere relatie veronderstelt wederkerigheid wil het tot een echte relatie worden. Leven wij met de H. Geest door ons bidden en vieren met de Kerk? Zo kunnen wij groeien in ons geloof!
Vanuit die groeiende verbondenheid zullen wij meer oog kunnen krijgen voor de mensen om ons heen, voor de noden nabij en elders in de wereld.
Misschien moeten wij meer bidden tot de H. Geest.
Kom H. Geest, vervul de harten van uw gelovigen en ontsteek in hen, in ons, het vuur van uw liefde.