PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP MAANDAG 5 APRIL 2021                          ( 2e PAASDAG), IN DE ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.

2e Paasdag – B

Kunt u zich de verbazing, de verbijstering van de Apostelen voorstellen, toen zij van de vrouwen, die naar het graf waren gegaan, hoorden, dat het graf leeg was? Alles was toch voorbij – hun Heer en Meester was dood en begraven.

Maar Hij verscheen hun, at met hen.  Hij was uit de doden opgestaan, zoals er geschreven stond.

Ja, de Heer is waarlijk opgestaan, verrezen uit de doden. Dit is de kern van ons geloof, dat de Heer door Zijn dood de dood heeft overwonnen.

Moest de Mensenzoon dit alles niet lijden om Zijn heerlijkheid te kunnen binnengaan?  Die heerlijkheid vieren wij vandaag en blijven wij vieren. Alles juicht in de Liturgie van deze dag en de Alleluia’s blijven weerklinken.

Toch is dit kerngegeven ons geloof, zonder welk het ijdel is als lege lucht, zoals St. Paulus zegt, telkens weer in zijn volle werkelijkheid ontkend of verdraaid, ook in onze dagen.

Maar is het zo ongeloofwaardig, al blijft het wonderbaarlijk?

De natuur al toont een mysterieuze wetmatigheid: altijd nieuw leven uit de dood. Stervende bladeren en planten vormen humus, dat nieuw leven in staat stelt te groeien, de graankorrel verrot in de aarde om vele nieuwe korrels voort te brengen.

Altijd blijkt er leven uit de dood te komen, blijkt de dood vruchtbaar te zijn.

Dat ziet de mens om zich heen. Maar ook in zichzelf probeert hij aan de dood te ontsnappen, worstelt hij tegen zijn eigen dood. De mens van alle tijden blijkt een onverwoestbare drang tot leven, tot eeuwig leven in zich te hebben. De primitiefste mensen hebben hun dood niet geaccepteerd als het einde en hebben er op vertrouwd, dat zij op één of andere manier voortleven.

Gods’ openbaring is niet in tegenspraak met de natuurwet, maar harmonieert er mee.

De Verlossing, de Verzoening heeft zich voltrokken volgens de geheimzinnige wetmatigheid in de natuur, dat leven voortkomt uit de dood.

In heel de geschiedenis van het volk van Israël in het Oude Testament wordt duidelijk, dat de verzoening zich zou voltrekken langs de weg van het offer.

We kunnen het herkennen uit ons eigen leven. Pas door offers, soms ongelooflijke offers, komen we tot  vaak  bijzondere successen – in sport, in studie, in werk, in opvoeding, in zelfverloochening in het algemeen.

We schrikken er vaak ook voor terug, we kunnen dikwijls moeilijk de laatste consequentie aanvaarden.

Ook Christus heeft die angst gekend, heeft gezweet van angst: “Laat deze kelk aan Mij voorbijgaan”, maar Hij voegde er ook aan toe: “niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede”.

Zo heeft Hij Zijn volgelingen, ons, gevraagd het kruis in ons leven niet uit de weg te gaan, maar het op ons te nemen, hoe dwaas, ongerijmd en onbegrijpelijk het ons ook mag voorkomen.

Was er één lijden en dood dwazer dan die van de Godmens?  Per crucem ad lucem: door het Kruis naar het Licht.

De geheimzinnige natuurwet is door Jezus’ dood en verrijzenis tot Goddelijk decreet geworden.

Maar de vreugde komt het laatst. Het leven, het EEUWIG LEVEN is werkelijk ons deel. Door ons Doopsel staan we al in dat leven.

Moge dit blijde PAASFEEST ons geloof in de Verrezen Heer versterken en ons bemoedigen op de weg naar het EEUWIG PAASFEEST.

Amen.