PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 24 OKTOBER 2021 IN DE  ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.

30e Zondag door het jaar – B

In het Evangelie van deze Zondag horen we over Bartiméus, de blinde bedelaar. Maar we lezen ook over de zienden, die blind zijn en over de blinde, die ziet.

De omstanders kijken alleen maar, wanneer Jezus voorbij gaat. Ze zien echter niet, wie Hij is. Ze bekijken Hem nieuwsgierig als een bekende landgenoot, een BN’er.

Bartiméus, de blinde bedelaar, ziet wél duidelijk, wie Jezus is en roept:  “Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij”.

Zijn geloof redt hem. Hij kan weer zien en gaat met Jezus mee.

Ook leren wij uit dit verhaal, dat de Messias, Zoon van David, een troostende Messias is, die zich juist om de “losers”, de zwakken in de samenleving bekommert en voor hen opkomt.

Wij kunnen zien en zijn ons misschien te weinig bewust van deze grootse gave.

Maar zien wij ook goed? Het valt mij altijd op hoe scherp mensen, die oog hebben voor al wat er leeft in de natuur, zoveel méér en eerder zien, dan mensen, die verder van de natuur staan.
Ook, dat zij oog en zorg hebben voor de dieren, liefde voor al wat leeft

Ik kan niet om de veel geprezen encycliek “Laudato si”  van Paus Franciscus heen, waarin hij zijn heilige naamgenoot noemt, die in het “Zonnelied” zingt: “Wees geprezen, mijn Heer, om onze zuster Aarde, die ons voedt en leidt en verscheidene vruchten voortbrengt met kleurrijke bloemen en kruiden”.

Echter, deze zuster protesteert om de schade, die wij haar toebrengen, vanwege het onverantwoorde gebruik en het misbruik van de goederen, die God in haar heeft gelegd. Van beheerders zijn wij overheersers geworden, plunderaars, zoals de Paus stelt. Wij vergeten, dat wij zelf uit de aarde zijn. Ons lichaam zelf wordt gevormd door de elementen van de planeet; haar lucht geeft ons adem en haar water geeft ons leven en verkwikt ons.

Ons gemeenschappelijk huis verkeert in nood door de ongecontroleerde activiteit van de mens, die tot een ware ecologische ramp heeft geleid.

Is het niet vreemd, dat de buitengewone wetenschappelijke vooruitgang, de meest verbluffende technische prestaties, de wonderbaarlijke economische groei, zich uiteindelijk tegen de mens keren, als zij niet gepaard gaan met echte maatschappelijke en morele vooruitgang?

Ecologie en theologie gaan samen, hebben een gemeenschappelijke deler. Want beide gaan over relaties; relaties tussen planten en dieren, tussen mens en natuur, tussen God en mens.

Is de economie niet vergeten, dat de ecologie grenzen stelt aan de natuur, zegt Paus Franciscus.      De menselijke vrijheid kent wel degelijk grenzen. Men vergeet, dat de mens zichzelf niet heeft gemaakt. Maar hij is zichzelf als laatste instantie gaan beschouwen, de schepping is zijn eigendom en hij verspilt het voor zichzelf. De verspilling van de schepping begint, waar wij geen enkele instantie meer boven ons erkennen, maar alleen onszelf zien.

Maar, als wij de natuur erkennen als een schitterend boek, waarin God tot ons spreekt, als een manifestatie van God, de plaats van Zijn tegenwoordigheid, dan kunnen we komen tot een ware ecologische bekering, waarin wij het misbruik erkennen en bestrijden.

Vooral mogen wij inzien als Christenen, dat wij geroepen zijn de wereld te aanvaarden, als een sacrament van gemeenschap, als een wijze van delen met God en de naasten op wereldschaal.

Het Goddelijke en het menselijke ontmoeten elkaar in het kleinste detail van het naadloze kleed van Gods schepping.

In de Eucharistie vindt de schepping haar grootste verheffing, stelt de Paus. Verenigd met de mensgeworden Zoon van God, die tegenwoordig is in de Eucharistie, brengt heel de kosmos dank aan God. De Eucharistie verenigt hemel en aarde. Hier wordt het Goddelijke met het menselijke, het hemelse met het aardse verbonden in de tekenen van Brood en Wijn, het Lichaam en Bloed van Christus.

Zó groots is deze zo eenvoudige Viering, zo groots is het perspectief van ons leven.

Dat wij steeds beter mogen gaan zien!

Amen