PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 24 JULI 2022 IN DE             ST . JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.

Zeventiende Zondag door het jaar – C

Hoe kunnen wij Christus de plaats geven in ons leven, die Hem toekomt?

In gedachten en gebeden met Hem zijn door de dagen heen, in ons bidden en smeken. Daarover gaat het eigenlijk in de Lezingen van deze Zondag. Er zijn zoveel mogelijkheden, die wij vroeger thuis, of via de Kapelaan op school te horen kregen, ons als mogelijkheden werden aangereikt. Dat zat toen ook in het geestelijk, kerkelijk klimaat. “Het geloof zat in de lucht”, heeft Kardinaal Simonis eens raak getypeerd.

Dat is allemaal anders geworden, maar het is niet ouderwets om te bidden, een kruisteken, een Onze Vader, een Wees gegroet bij het opstaan, of bij het op weg gaan, aan tafel.

Zelf heb ik, intussen vele jaren geleden, van een vriend geleerd, om een Rozenhoedje te bidden in de auto op een lang traject. Of je nu met een medepassagier, of met Onze Lieve Heer praat. Dat gaat heel goed, ook wandelend, fietsend, of zittend in de natuur. Aan tafel vóór het slapen gaan.

Een andere vraag is: Wat bidden we?

Lof – , eer – en dankgebed staan centraal in de Gebeden van de Kerk.

Voor velen echter staat het smeekgebed op de eerste plaats – al dan niet gepaard met het opsteken van een kaarsje. Er zijn er ook, die alleen een kaarsje opsteken zonder verdere woorden en dan weggaan.

In de Eerste Lezing  vandaag staat het smeekgebed centraal, Abraham als voorspreker bij God, zoals ook Mozes telkens weer voor zijn volk opkomt bij God in smeekgebeden.

We zouden het de Bijbelse grond kunnen noemen van het aanroepen van Maria en andere Heiligen, als voorsprekers bij God, zoals wij dat kennen in de Katholieke Kerk. Natuurlijk bidden we ook rechtstreeks tot God: Het Onze Vader, ons eerste en voornaamste Gebed, door Christus gegeven.

In de Liturgie zijn alle gebeden tot God gericht, ook, wanneer er een Heiligenfeest of – gedachtenis is, zoals morgen, 25 juli het Feest van Jacobus de Meerdere, ofwel Santiago, St Jacob van Compostela. Heer God, wij danken U voor hetgeen U door deze Heilige hebt gegeven, wordt dan gebeden.

Wij vormen als Kerk één grote familie, wereldwijd en over tijd en ruimte heen in ons bidden voor de gestorvenen en in het aanroepen van de Hemelse Kerk, zoals dadelijk in het Eucharistische Gebed. Dat besloten wordt met een korte Lofprijzing van de Drieëne God: door Hem, met Hem en in Hem. Het heeft alles van doen met het mysterie van de menswording. God is in Christus één der onzen geworden en met het mysterie van onze Verlossing. God werd mens, om ons te laten delen in Zijn Goddelijk leven.

Er is een coöperatie tussen God en mens en tot stand gekomen door Christus’ dood en verrijzenis in Gods heilsplan.

Hier op aarde mogen Bisschoppen en Priesters bemiddelaars zijn tussen God en mensen in Christus’ gaven, de Sacramenten in het bijzonder, die zij mogen uitdelen en is het een opdracht voor iedere gelovige, om Christus present te stellen in zijn leven, in het gezin in de eerste plaats en overal, waar men leeft en werkt.

Bidden, volhardend bidden in blijvend vertrouwen. Het Rozenkransgebed heeft daar iets van, in de herhaalde Weesgegroeten, zoals in het Evangelie van vandaag, het aanhoudend kloppen op de deur, het onbescheiden aandringen.

Zó mogen wij leven en geven, om eens in volle vrede bij de Heer te zijn.

Deze Eucharistie moge ons daartoe opnieuw uitnodigen.

Amen