PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R.WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 24 JANUARI 2021 IN DE
ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.

Derde Zondag door het jaar – B

Wederom horen we over de roeping van de apostelen. Terstond lieten deze vissers hun netten in de steek en volgden Jezus.

Hoe anders Jona, in de Eerste Lezing, want we hoorden de kern van het verhaal, maar het begint en eindigt heel anders.

Het Boek Jona, eerder een geschrift, is kort en behoort tot de zogenaamde twaalf kleine profeten, d.w.z. korte maar prikkelende geschriften. Zo het Boek Jona, een kleine psychologische roman.

Het gaat over de vlucht van een mens voor de opdracht van God en voor zichzelf.

Anders dan de Apostelen, die zonder vragen te stellen Jezus volgen, antwoordt Jona op Gods oproep, de bevolking van Niniveh, een heidense stad, die in zonde leeft, tot bekering te brengen. Hij wil niet. Hij heeft er geen zin in. Wat moet ik bij die heidenen? God is er toch alleen maar voor Zijn uitverkoren volk? En hij gaat de andere kant uit. Vlucht weg naar Tarsis, naar de duisternis van het Westen en gaat aan boord van een schip. Maar een hevige storm steekt op en dreigt het schip te breken. De zeelieden bidden tot hun goden, gooien de lading in zee om het schip lichter te maken. Jona is afgedaald in het ruim om vergetelheid te zoeken in een diepe slaap. Dan wordt hij op eigen verzoek door de wanhopige zeelieden in zee geworpen. Ze hadden het lot geworpen en dat was op Jona gevallen. Die vertelde hun, dat hij op de vlucht was voor de God, die hemel, zee en de aarde had gemaakt. Om vergeving aan God vragend, wierpen ze Jona in de steeds woedender zee, die vervolgens tot bedaren kwam. Jona belandt in de buik van een grote vis. Daar komt hij tot bezinning, tot gebed  én overgave.

Door God gered, wordt hij na drie dagen en drie nachten door de vis op het droge uitgespuwd. Nu gaat hij wél naar Niniveh, zij het met tegenzin. Hij verstaat God nog steeds niet.

God echter schenkt Zijn genade ook d.m.v. mensen, die falen, of onhandig en aarzelend hun zending vervullen.

Niniveh bekeert zich op slag. Dat brengt Jona niet tot vreugde, blijdschap en dankbaarheid. Neen, hij is spinnijdig en gaat en gaat buiten de stad zitten mokken. Hij kan het niet zetten, dat God zó barmhartig is en zo gemakkelijk Niniveh vergeeft.

Maar God laat een boompje opgroeien, dat bekend is om zijn snelle groei en om grote bladeren, een Ricinusboompje. Dat geeft Jona schaduw in de brandende zon. Jona is opgetogen. Nu laat God een worm het boompje aanvreten en verdorren. Uitgeput door zon en woestijnwind, zegt Jona tegen God: “ De dood is mij liever dan het leven. Ik ben door en door nijdig”. Waarop God antwoordt: “ Jij bent begaan met een boompje, waarvoor je niets hebt gedaan. Zou Ik dan niet begaan zijn met Niniveh, waar zoveel mensen wonen, mensen, die het verschil tussen hun rechter- en linkerhand niet weten?“

Met die vraag eindigt het verhaal.

Dit verhaal beschrijft ons een geroepene, die zelf nog een lange weg heeft te gaan, die worstelingen moet doormaken met God en met zichzelf, die beproefd wordt.

“Geslagen, getuchtigd hebt Gij mij , maar niet ten dode gedoemd”, zegt de Psalmist.

Gods barmhartigheid tegenover Jona’s eigenzinnigheid en nukkigheid, die blijft opboksen tegen zijn eigen gekwetste, of vermeend gekwetste ik en zo tegen God; mokkend over andermans verlossing, pruilend over de verandering, waartoe mensen in staat zijn. Dank zij de genade van Gods spijt.

Wat moet God nu nog doen, om het ego van Zijn profeet te breken?

In het Evangelie hoorden we over de roeping van Petrus, al direct door Jezus Kefas = Rots genoemd, zoals we vorige Zondag bij Johannes hoorden.

Met drie andere vissers wordt hij tot visser van mensen in het onafzienbare Niniveh, dat de wereld is.

Juist als hij rotsvast meent te weten, wat hij gelooft – denk aan het Laatste Avondmaal – nooit zal ik U in de steek laten – wordt hij van zijn zekerheid beroofd en vervalt hij in Jona–achtige twijfel, loochening en wanhoop.

Pas de driedaagse dood en Verrijzenis van zijn geliefde leraar – een dood, die het teken van Jona wordt genoemd – zal hem veranderen in de Apostel, die in verlossende verandering gelooft.

Zó kunnen wij door zekerheden, schijnzekerheden, twijfels, afwijzing, boosheid, niet willen weten, gaan in ons leven, tot we hopelijk, zoals Petrus eens vol overgave, kunnen zeggen:  HEER, naar wie zouden wij gaan, Uw Woorden zijn Woorden van eeuwig leven.

Die vreugde moge ons deel zijn!

Amen