PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN DRS. R.R.B.M. WAGENAAR, GEHOUDEN OP 20 SEPTEMBER 2020 IN DE ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN

De Parabel, die we zojuist in het Evangelie hoorden, is ons zo vertrouwd, dat wij er in onze taal verscheidene zegswijzen uit hebben overgenomen. “De eersten zullen de laatsten zijn”, roepen we tegen mensen, die voordringen. “Ik ben een werker van het eerste uur”, zeggen we trots, als we vanaf het begin bij een onderneming betrokken waren. Maar de eigenlijke kernzin in de Parabel is: “Zijn jullie boos, omdat Ik goed ben?”

Jezus begint de Parabel met:  “Het Rijk de Hemelen is gelijk aan een wijngaard”. Het Rijk der Hemelen is een term, die we bij Mattheus vele malen tegenkomen. Bij de andere Evangeliën lezen we: “Het Rijk Gods”, maar dat rijk is niet iets ruimtelijks. Jezus bedoelt er een toestand mee, een situatie, waarin mensen aan Gods bedoelingen beantwoorden. Dáár licht Zijn tegenwoordigheid op. En we weten, waar dat is:  waar liefde, vergeving en eensgezindheid heersen.

Daarom mogen we de uitdrukking Koninkrijk der Hemelen ook verstaan als:  God, zoals Hijzelf voor ons mensen is. Hoe is Hij dan? Jezus vergelijkt Hem vandaag met de eigenaar van een wijngaard. Want in de Heilige Schrift wordt de aarde dikwijls een wijngaard genoemd.

Het gaat in deze Parabel over de relatie tussen God en ons mensen. En dan blijkt, zoals we bij de profeet Jesaja in de 1e lezing hoorden, dat: “Uw gedachten zijn niet mijn gedachten, mijn wegen niet uw wegen, maar zoals de Hemel hoog boven de aarde is, zo gaan mijn wegen  uw wegen te boven en mijn gedachten uw gedachten”.

Want wat doet die wijngaardenier?  Hij gaat op zoek naar arbeiders voor zijn wijngaard. Daar begint hij ’s morgens in alle vroegte mee om 6.00 uur en de hele dag door tot 5.00 uur ’s middags, terwijl het werk om 6.00 ’s middags is afgelopen. Het wonderlijke is, dat de wijngaardenier niet de indruk wekt arbeiders nodig te hebben, maar dat hij zoveel mogelijk mensen een baan wil bieden, om in hun levensonderhoud te voorzien.

Met de werkers van het eerste uur spreekt hij een bedrag af:  één denarie. Daar kon je toen een dag van leven. Maar tegen de anderen zegt hij te zullen geven, wat billijk is. Dat blijkt ook één denarie te zijn. Dus hij legt er geld op toe.

En als de eersten protesteren, zegt hij:  “Waarom zijn jullie boos? Omdat ik goed ben? Mag ik met het mijne niet doen, wat ik wil?

Ja, Gods  gedachten zijn niet onze gedachten.

Je zou kunnen denken aan mensen, die er op los hebben geleefd en zich op hun sterfbed bekeren. Zij bekennen zich tot God en Hij zal hen omhelzen. Keizer Constantijn, die de Christenen godsdienstvrijheid gaf in 313, heeft nogal wat op zijn geweten als heerser en liet zich pas dopen op zijn sterfbed en zo zijn er meer voorbeelden. En voor God telt alleen, dat men zich tot Hem bekent. Al wat daarvoor was, wordt in het doopwater weggespoeld. En Hij weet, wat echt is en niet echt, maar er is meer.

In Rusland en andere landen heeft men wel geprobeerd iedereen een zelfde salaris te geven, maar dat is op een volledig economisch fiasco uitgelopen. En ook in ons land is wel gebleken, dat sociale voorzieningen, bedoeld als vangnet voor noodgevallen, veel bedrog in de hand werken.

Toch is het niet te ontkennen, dat er veel ellende en ongelijkheid in de wereld bestaat.  Ellende en ongelijkheid, die hun wortels vinden in het eigenbelang en de hebzucht van anderen, die ook vinden, dat ze werkers van het eerste uur zijn en daaraan rechten kunnen ontlenen.

Hongersnood in Afrika, uitbuiting van boeren in Zuid Amerika, wrok bij moslims ten aanzien van eigen regeringen en het Westen, die zelfs tot terrorisme leidt.

Angst bij ons in West Europa, die er toe leidt, dat men een wal wil opwerpen tegen de voortdurende instroom van vluchtelingen, die in onze landen een menswaardige toekomst zoeken.

Natuurlijk willen we vrede in de hele wereld, maar hoe?

Toch bedoelen de Lezingen van deze Zondag niet, ons moedeloos te maken. Zeker, het kwaad van het geweld en het kwaad van alleen op eigenbelang uit zijn, lijkt de wereld steeds meer te beheersen. Die beide kwaden zijn dé bekoringen van de mens.

Maar we hebben van God ook de mogelijkheid gekregen tot ommekeer. Luister maar naar Jesaja: “Zoekt de Heer, nu Hij zich laat vinden”  De ongerechtige moet zijn weg verlaten, de zondaar zijn gedachten.  Hij moet naar de Heer terugkeren, terug naar onze God, die altijd wil vergeven!  Niet alleen wij, Christenen, maar alle mensen zijn in staat zich te wenden naar het goede, te komen tot solidariteit met anderen. Zodat in het klein en in het groot mensen zich verantwoordelijk gaan voelen voor de noden van anderen. Laten we niet alleen kijken naar al het slechte in deze wereld.

Wij mogen onze ogen ook openen voor alle pogingen om een weg naar vrede en gerechtigheid te banen. Hoe moeizaam ook en met veel vallen en opstaan zijn er inspanningen via regeringen, internationale organisaties, de Kerken en andere instellingen, die de armoede in de wereld, de corruptie, hongersnood, onderontwikkeling en ziekten bestrijden en tenminste stappen in de goede richting tot stand brengen.

Wij zijn allemaal hardleers, maar als wij, Christenen, meer vanuit Gods denken gaan leven, dus door woord en daad ervan getuigen, dat alleen solidariteit wereldwijd de enige weg is naar een duurzame vrede, dan dragen wij ons steentje bij, ook al voelen wij ons werkers van het laatste uur, omdat ons aandeel maar zo gering kan zijn.

Wij mogen God aan onze zijde weten.

Amen