PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN DRS. R.R.B.M. WAGENAAR, GEHOUDEN OP  ZONDAG 18 OKTOBER 2020, IN DE ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN ( 29e ZONDAG JAAR A)

Geef aan de keizer, wat de keizer toekomt en aan God, wat God toekomt.

Het is een  gevleugelde uitdrukking geworden.

Wat zullen de Farizeeën beteuterd gekeken hebben. De valstrik leek perfect, maar Jezus loopt dwars door hun stellingen heen. Is het behendigheid van Jezus? Sparen van kool en geit? Een soepele, nuchtere opstelling, van:  Ieder het zijne? Neen, er is wel degelijk een onderscheiding in Jezus antwoord te lezen.

Jezus wil een denarie zien. In tegenstelling tot de kleinere munten, die geen beeldenaar droegen om de Joden te ontzien, droeg deze belastingmunt wél de beeltenis van de keizer. Jezus geeft dan zijn eerste antwoord: Geef aan de keizer, wat des keizers is. De macht van de antieke heerser reikt zover, als zijn geld reikt. Het is dus een beperkte macht en staat ver beneden die van God.

Hier wordt de Eerste Lezing belangrijk: God heeft aan koning Cyrus mét de politieke, tegelijk een religieuze opdracht gegeven n.l. de Israëlieten, die in ballingschap zijn naar huis te laten terugkeren.

Jezus antwoord lijkt een politiek antwoord, maar Hij spreekt op een ander niveau. Jezus is niet de revolutionair geweest, die zich tegen de gevestigde orde keerde, zoals in de achter ons liggende revolutiejaren wel eens graag werd beweerd. Hij heeft wél de menselijke denkwereld een nieuwe richting gegeven, door naar de Vader te wijzen  DIE wil Hij  bekend maken. Geef aan God, wat God toekomt.

Aan God hoort alles toe. De mens is niet naar het beeld van de keizer, maar naar Gods  beeld   geschapen en God is heerser over alle koningen.

Het enige, wat Christus ter harte gaat is, dat God krijgt, wat Hem toebehoort en dat is alles, zowel op het natuurlijke, als het bovennatuurlijke vlak.

Waar de wereldlijke macht hiertegen in opstand komt en op dit alles aanspraak maakt voor zichzelf, zal Hij zich verzetten en de zijnen zullen dit evenzeer doen.  Daar horen wij ook bij! Doen wij dat ook? De valstrik voor Jezus is de valstrik voor ons. We kunnen ons aan de wereld overleveren en we kunnen ons ertegen afzetten. Men kan in de wereld opgaan: in relaties, carrières, aanzien, geld. Men kan zich overgeven aan alle verworvenheden van wetenschap en techniek m.n.  waar het het menselijk leven betreft, zonder dat men zich afvraagt, of alles, wat nu technisch mogelijk is, ook goed is en moreel verantwoord.  Men kan ook klakkeloos het binnenwereldlijk denken overnemen en volgen, waarin alles inwisselbaar is en alle afspraken en bindingen maar van tijdelijke aard zijn en tot vodjes papier worden, als het anders beter uitkomt. Alles is immers relatief  binnen onze wereld.

Men kan zich ook afzetten tegen de wereld – een negativisme: zo van, vroeger was alles beter en verbitterd omzien

Jezus wijst ons een andere weg. Niet tegen de wereld, maar IN de wereld naar de Vader. Of wij leven, of sterven, Hem behoren wij toe. Wij moeten zuurdesem zijn in deze wereld, de schepping, de wereld van haar werkelijke bedoeling en bestemming doordringen.

Zo hebben in navolging van de Apostelen talloze Missionarissen en Zusters de oproep van Christus: “Gaat en onderwijst alle volkeren en doopt hen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest” gestalte gegeven. Alles opgevend zijn zij de wereld ingetrokken, een altijd  onbekende en niet zelden gevaarlijke wereld, zoals de eenvoudige Zuster uit Ossendrecht, die jong aankwam in het verre en vreemde China en daar amper werkzaam, tijdens de Bokseropstand werd vermoord en vorig jaar werd zalig verklaard.

Ik denk aan de martelaren, die de Kerk gisteren herdacht: Johannes de Brebeuf en Isaac Jagues, Franse Priesters, die met hun gezellen in de eerste helft van de 17e eeuw in Noord-Amerika, in het grensgebied met Canada onder de Huronen indianen werkten en gruwelijk werden gemarteld en gedood en zovele anderen, die het Christelijk geloof brachten, zonder martelaar te worden en dat betekende ook altijd ontwikkeling, leren lezen en schrijven, ziekenzorg, armenopvang enz.

Niet zelden is, wat was opgebouwd later weer verwoest, maar ook weer opnieuw begonnen of elders voortgezet en zo is het Evangelie nu overal in de wereld te horen, maar we weten van ons eigen, al zo lang gekerstende Europa, dat het geen vloeiende, doorlopende opwaartse beweging is. In tegendeel. Maar God heeft geduld, al blijft Hij hunkeren naar een werkelijk “Ja” van ons.

Want de oproep van het Evangelie is deze:  Zoek eerst het Rijk Gods en al het overige zal u erbij gegeven worden. De Wet heeft plaats gemaakt voor de Weg en dat is CHRISTUS. Hem voor ogen houden, Hem volgen is onze levensopdracht.

Amen