PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP ZONDAG 17 JULI 2022 IN DE ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.

Zestiende Zondag door het jaar – C

Wij hoorden in het Evangelie, hoe Jezus te gast was bij Martha en Maria en in de Eerste Lezing, hoe de Drieëne God bij Abraham op bezoek was.

Zo heeft men altijd dit bezoek gezien en als u de tekst herleest, ziet u, dat het steeds gaat over “Eén” of “Drie” personen.

De drie mannen rond de tafel met de eik van Mamre op de achtergrond is dé icoon van de H. Drieëenheid  in de Oosterse Kerken.

Het Evangelie lijkt bij de Eerste Lezing een huiselijk tafereeltje – herkenbaar, de één is druk bezig, de ander zit te lezen. En dan komen de opmerkingen. Wel een groot verschil. Hij heeft voor beiden aandacht op verschillende wijze. Wel heeft Jezus een duidelijke voorkeur. Hoe moeten wij dit verstaan?

Is er een tegenstelling tussen bijvoorbeeld het actieve kloosterleven en het beschouwende, contemplatieve? De eersten bidden ook en zetten zich daarnaast in voor de medemens, in de verschillende takken van zorg, het onderwijs en het maatschappelijk werk.

Eigenlijk komt het neer op de vraag: Wat is de plaats van God in mijn leven?

Het thema past uitstekend, nu de vakantie begonnen is. De drukte en stress van het gewone dagelijkse leven worden een paar weken doorbroken en dat heeft iets bevrijdends.

Misschien beseffen wij nog maar half, onder wat voor druk velen moeten leven. Heen en weer reizen, rijden, op en neer van werk naar school, sport, muzieklessen en waarheen nog niet meer. Onderweg naar kris – kras.

Ik realiseerde me dat bij een Eerste Heilige Communie voorbereiding.  Een moeder bracht een kind, zette het af en bracht daarna andere kinderen ergens heen. Daarna kwam ze weer terug , om de communicant op te halen. Een kind zou een voorbede doen in de Gezinsmis – dat kon niet, want ze moesten het weekend naar Rotterdam. Altijd onderweg, nooit rust, alsof we niet meer kunnen leven zonder in beweging te zijn. Lopen we onszelf niet voorbij? Want wij kunnen niet zonder rust. Ons leven is zoveel méér dan het leven van alledag, met zijn drukte en zorgen.

“Ziet de leliën des velds”, zegt Christus elders in het Evangelie.  Ja, hebben wij nog oog voor de ordening en de schoonheid van alles wat leeft? Voor alles wat ons gegeven is door de Schepper?

Mijn ziel dorst naar de God, die leeft, zegt de Psalmist. Is dat ook onze dorst? Komen wij thuis nog tot momenten van Gebed? Aan tafel, in dankbaarheid voor alles wat wij hebben en zovelen moeten missen.

Ik denk ook aan het prachtige gebed van de Engel des Heren, een beknopte samenvatting van onze heilsgeschiedenis vanaf de aankondiging van de Engel tot de bede om onze verrijzenis – bijvoorbeeld om te bidden rond het middaguur, of aan het begin van de avond.

Natuurlijk is er de uitgebreidere vorm van onze heilsgeschiedenis, in het Rozenkransgebed. Dat is ook een moment van stilte en rust. Bijvoorbeeld een kwartier of 20 minuten. Hulpmiddelen in het bidden die de Kerk ons aanreikt. Of een Bijbellezing – iedere dag een klein stukje uit een brief van Paulus, of welk Bijbelboek ook – bij voorkeur op een vast moment.

De Zondagsmis is een wekelijks hoogtepunt en maakt ons meer dat wat ook bewust van het leven, dat verder reikt dan het hier en nu. We komen samen, om God te eren.

Geven wij God de plaats, die Hem toekomt in ons leven, omdat dat met Hem begint en Hij ons levensdoel is?

HIJ gaat voor, zegt het Evangelie ons vandaag. Niet, wanneer het ons uitkomt, maar omdat het Hem toekomt. Het is ook een kwestie van het onszelf gunnen, want het zal ons innerlijke rust geven.

CHRISTUS is er voor ons, met ons – met Hem kunnen we alles aan.

Ons leven blijkt zoveel mooier en verder reikend, dan we door hadden. Verrijkend!

Amen