PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR, GEHOUDEN OP MAANDAG 15 AUGUSTUS 2022 IN DE
ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.

Hoogfeest van Maria ten Hemelopneming – C

Van nu af prijzen alle geslachten mij zalig, zingt Maria in haar lofzang en wij met haar. Op deze dag, die haar meest eigenlijke feestdag is sinds mensenheugenis op 15 augustus, waarschijnlijk vanwege de inwijding van de Dormitokerk in Jeruzalem, op de plek, waar Maria ontslapen zou zijn. Volgens een andere traditie was dat in Ephese, in het huidige Turkije.

Alles rond Maria komt vandaag samen in onze verlossingsgeschiedenis. Haar geboorte, die de dageraad van onze verlossing deed gloren, eerder nog vanaf haar conceptie in de schoot van haar moeder Anna, gevrijwaard van de erfzonde, onbevlekt ontvangen, omdat zij voorbestemd was God zelf in haar schoot te dragen – gouden huis, ark van het Nieuwe Verbond.

Geen mens is zo met de H. Drieëenheid verbonden als zij., uitgenodigd door de Vader bij monde van de Engel Gabriël, de Zoon ontvangend in haar schoot door de kracht van de Heilige Geest.

Sinds de geboorte van haar Goddelijke Zoon heeft zij ook smarten met Hem gedeeld. Al direct in die armoedige stal, op de vlucht naar Egypte en ook, toen Jezus op twaalfjarige leeftijd zoek was – smart voor de ouders. Zeker heeft zij niet alles begrepen rond haar Zoon. Maar zij bleef vol vertrouwen: “Doe maar, wat Hij u zeggen zal”, op de bruiloft in Kana. Daarna trok zij met Hem mee, stil op de achtergrond. Zij was sinds Kana niet alleen meer de moeder van een zoon. Jezus had haar aangesproken met: “Vrouw, nog is mijn uur niet gekomen”. Sindsdien was haar plaats in de heilsgeschiedenis duidelijk, staande voor de Kerk, zoals bevestigd onder het kruis, toen Jezus haar zei: “Vrouw, zie daar uw zoon”, doelend op Johannes, die naast haar stond, Zijn meest geliefde leerling.

Maria, staande voor de Kerk, haven voor alle gelovigen.

Kerkvader Johannes van Damascus, zegt in de 8e eeuw in een preek over Maria: “Hoe zou de dood een prooi kunnen vinden in deze zalig geprezen vrouw, die door de persoon van het Woord Gods, zelf geheel met God verbonden was?”. Hoe zou het dodenrijk haar kunnen opnemen? Zegt Christus niet: “Waar Ik ben, daar zal ook Mijn dienaar zijn”.  Zeker, kostbaar is de dood van Gods heiligen, maar kostbaarder is het heengaan van Gods moeder uit dit leven.

Door onze stamouders is droefheid gekomen na vreugde, door u, Maria, is weer vreugde gekomen na droefheid.

Zoals allen heeft Maria de beproeving gekend in haar geloof, de stilte van de eenzaamheid en het grote offer van het kruis. Zij is ook de vrouw van smarten, de moeder van alle gelovigen. Maar vooral is zij het beeld van onze toekomst, die Christus willen toebehoren.

Dat ook wij trouw mogen zijn aan haar Goddelijke Zoon om eens in de hemelse heerlijkheid te delen.

Zo zeggen we dadelijk in de Geloofsbelijdenis en zingen we: Ik geloof in de verrijzenis van het lichaam en het eeuwig leven!

Amen