In de afgelopen maanden is de aanbidding van Christus in het Allerheiligste Sacrament in sommige parochies herontdekt. Het was een alternatief voor de vieringen die vanwege de bedreigingen van het corona-virus niet konden plaats vinden. Het gebruik van de monstrans met de H. Hostie die op het altaar wordt geplaatst – uitstelling noemen we dat – roept op tot  gebed en stilte. In de verering van de Eucharistie drukken wij ons geloof uit in de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in de gedaanten van brood en wijn.

We kunnen ‘aanbidding’ houden, dat wil zeggen een tijd van stilte doorbrengen bij het uitgestelde allerheiligste Sacrament. Gewoon even in de bank plaats nemen en stil zijn bij Hem. De pastoor van Ars, Johannes Maria Vianney (1786-1859, Zuid-Frankrijk) doet een goede suggestie. Men zag hem lang geknield in de kerk voor het tabernakel. Men vroeg hem wat hij daar al die tijd deed. De pastoor van Ars antwoordde: “Hij kijkt naar mij, en ik kijk naar Hem.” Zo eenvoudig kan het zijn. Je hoeft geen woorden te gebruiken. Bíj Hem zijn is voldoende. Zoals twee geliefden ook niet veel tegen elkaar hoeven te zeggen om te weten dat ze van elkaar houden.

We vereren het Sacrament ook door te knielen voor het tabernakel als we de kerk binnen gaan, of door een diepe buiging te maken. De geconsacreerde hosties worden in een katholieke kerk in het tabernakel bewaard, een centrale plek in de kerk die verering mogelijk maakt. Het gaat er niet alleen om dat we de hosties netjes bewaren voor een volgende viering, en voor de ziekencommunie, maar ook dat we een plek creëren waar verering mogelijk is. Dat hoort bij ons katholieke geloof.

Tijdens het jongerenweekend in oktober 2019 heb ik ontdekt dat aanbidding op jonge mensen indruk maakt. Het voorbeeld van zusters die om beurten een half uur bidden, doet wonderen. Biddende mensen maken stil en zetten aan tot gebed.

+ Ron van den Hout
bisschop van Groningen – Leeuwarden