PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN DRS. R.R.B.M.WAGENAAR GEHOUDEN OP ZONDAG 11 OKTOBER 2020 IN DE ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN ( 28e ZONDAG JAAR A)

Een pijnlijk begin. Een koning wil het bruiloftsfeest van zijn zoon vieren met zijn volk en royaal nodigt hij uit al diegenen, die vanwege hun positie of verdiensten daar recht op lijken te hebben. Maar op genânte wijze, om niet te zeggen cynische wijze, laten ze het afweten. Niet geïnteresseerd.

Toch is de koning niet ontmoedigd. Hij probeert zijn vreugde met anderen te delen, onbekenden, wie maar wil.

Tot nu toe is de parabel te begrijpen, ook al kunnen we ons er over verwonderen, dat gelovigen en ongelovigen door elkaar welkom zijn, maar we weten, hoe mateloos Gods barmhartigheid is.

Nu gebeurt er echter iets vreemds. De zaal is vol met mensen van allerlei kaliber en velen zullen zelf verbaasd zijn, dat ze zo maar ten paleize zijn. Allen zijn verschillend gekleed, maar degenen, die geen bruidskleed dragen, roepen de toorn van de koning op. Ze worden buiten geworpen en in een duistere kerker gezet. Tamelijk koel lijkt Jezus te antwoorden:  “Velen zijn geroepen, weinigen uitverkoren”. Wat bedoelt Jezus daar nu mee?  Wat voor bruidskleed moeten we aantrekken, om niet Gods toorn over ons af te roepen, terwijl we toch weten, dat Hij liefde en barmhartigheid is?  We kunnen antwoorden, dat het een teken van nalatigheid en ontrouw is, om geen bruidskleed  te dragen. Maar gaat het dan om een fraaie robe, of een onberispelijk avondtenue, zoals past bij een bruiloftsfeest  van deze wereld?

Het is duidelijk, dat een bruidskleed voor het Rijk Gods iets anders moet betekenen. Schone handen zijn daar niet nodig. Trouwens, lopen zondaars en hoeren niet voorop? Iedere zondaar behoudt al zijn kansen tot de uitverkorenen te behoren. Er is maar één voorwaarde: het echte, enige bruidskleed van het Rijk Gods aan te trekken. Wat is dat dan voor een bruidskleed?

Paulus geeft het antwoord en in de liturgie van het H.Doopsel wordt het gezegd, als de Priester het witte doopkleed oplegt:  U bent nu bekleed met Jezus Christus. Hij is het nieuwe kleed van de nieuwe, herboren mens. De oude mens met zijn naar hier gerichte verlangens, moeten we afleggen als een oud en versleten pak. Bekleed u met de Heer Jezus Christus en koester geen zondige begeerten meer, zegt Paulus in zijn brief aan de Efeziërs:  Bekleedt u met de nieuwe mens, die naar Gods beeld is geschapen in ware gerechtigheid en heiligheid.

De koning duldt onder de disgenoten alleen maar mensen, die echte trekken dragen van Zijn Zoon, of zij nu tot de goeden, of de kwaden ( hoeren en tollenaars) behoren, eigenlijk allen, die  Zijn Zoon  beminnen en zich bemind weten door Hem.

Wat zijn dan die wezenstrekken van Jezus? Paulus noemt ze ergens: doet dan aan als Gods heilige en geliefde uitverkorenen:  tedere ontferming, goedheid, deemoed, zachtheid en geduld, vergeeft elkander, zoals de Heer u vergeven heeft.

Het bruidskleed, dat God zal herkennen op het uur van het bruiloftsmaal is dit:  dat wij zelf Gods vergevende liefde op onze beurt aan al onze broeders mogen doorgeven.

Het volstaat niet tot de geroepenen te behoren :  b.v. gedoopt te zijn, keurig in de Kerk te zitten, maar te trots zijn om zich klein te maken voor God en zijn naasten.  Nee, het gaat niet om schone handen, maar eerder om lege handen, zodat ze alleen maar kunnen aannemen, wat God geeft, vaak door de onbeduidensten.

Weet u, wie Gods uitverkorenen zijn?  Mensen met een vermorzeld hart, zoals Petrus, de goede moordenaar,  Maria Magdalena en zovelen ná hen.

Zó nederig  mogen wij de Heer ontvangen, als wij dadelijk ter Communie gaan.

 

Amen